ECLI:NL:GHARL:2026:4790

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
21-000190-26
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38v SrArt. 451 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis gevangenisstraf voor gewelddadige woningoverval na wijziging proceshouding verdachte

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 21 juli 2026 het hoger beroep behandeld van een verdachte die was veroordeeld door de rechtbank Gelderland voor een gewelddadige woningoverval gepleegd op 4 januari 2024. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 7 januari 2026, maar het hof stelde vast dat het hoger beroep beperkt was ingesteld, gericht tegen het onder feit 1 ten laste gelegde en niet tegen de vrijspraak van feit 2, op basis van de inhoud van de schriftelijke bijzondere volmacht.

Tijdens de terechtzitting van het hof op 7 juli 2026 wijzigde de verdachte zijn proceshouding en legde een bekennende verklaring af. Hij erkende de feiten zoals bewezen verklaard door de rechtbank, waaronder zijn rol als de persoon aangeduid als NN3 met de Under Armour jas. Het hof achtte de rechtbank terecht en op juiste wijze tot haar oordeel gekomen.

De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 54 maanden, met aftrek van voorarrest, en een vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van een contactverbod met medeverdachten. Het hof bevestigde dit vonnis voor zover het aan zijn oordeel was onderworpen, met een aanvulling van gronden, en zag geen aanleiding tot strafvermindering of wijziging.

Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf van 54 maanden en het contactverbod opgelegd door de rechtbank voor de gewelddadige woningoverval.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000190-26
Uitspraakdatum: 21 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 7 januari 2026 met parketnummer 05-344409-24 in de strafzaak tegen

[Verdachte] ,

geboren op [Geboortedatum] 2005 in [Geboorteplaats] (Egypte) ,
op dit moment verblijvende in de P.I. [Locatie P.I.] te [Plaats]

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzittingen bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman mr. R.A.E. Bunge en het slachtoffer de heer [Slachtoffer] hebben aangevoerd.

Omvang van het hoger beroep

Blijkens de daarvan opgemaakte akte is het hoger beroep onbeperkt ingesteld. De schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen van het hoger beroep houdt evenwel het volgende in:
‘De rechtbank heeft in de zaak tegen cliënt met het parketnummer 05/344409-24 op 7 januari 2026 vonnis gewezen.
Cliënt heeft mij bepaaldelijk gemachtigd tot het instellen van hoger beroep tegen dit vonnis. Het hoger beroep richt zich niet tegen de vrijspraak voor feit 2.’
De opgemaakte akte tot het instellen van het hoger beroep correspondeert inhoudelijk dus niet met de onderliggende volmacht.
ECLI:NL:HR:2025:1220 houdt met betrekking tot het bepalen van de omvang van het cassatieberoep het volgende in:
‘Bij het vaststellen van de omvang van het cassatieberoep pleegt de Hoge Raad de akte als bedoeld in artikel 451 lid 1 Sv Pro tot uitgangspunt te nemen. Daarvan kan worden afgeweken als op grond van de tekst van de schriftelijke bijzondere volmacht kan worden vastgesteld dat in de akte de omvang van het cassatieberoep, zoals daarvan blijk is gegeven in die volmacht, als gevolg van een ambtelijk verzuim niet op juiste wijze is verwoord.’
Naar analogie van dit arrest van de Hoge Raad neemt het hof bij het vaststellen van de omvang van het hoger beroep in de onderhavige zaak niet de akte instellen hoger beroep als uitgangspunt, maar de inhoud van de schriftelijke bijzondere volmacht. Het hof stelt op basis daarvan vast dat het hoger beroep beperkt is ingesteld, te weten enkel gericht tegen de beslissingen ter zake van het onder feit 1 aan verdachte tenlastegelegde en niet tegen de vrijspraak van het onder feit 2 aan verdachte tenlastegelegde.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan, kort gezegd, een gewelddadige woningoverval. De rechtbank heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van het voorarrest. Ook is aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opgelegd in de vorm van een contactverbod met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Die maatregel is dadelijk uitvoerbaar verklaard.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden en op juiste wijze heeft beslist en zal het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen dan ook bevestigen, met aanvulling van gronden.

Aanvulling van gronden

Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte zijn proceshouding gewijzigd en een bekennende verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat wat de rechtbank bewezen heeft verklaard, klopt.. Hij heeft samen met anderen de woningoverval op 4 januari 2024 te [Plaats] gepleegd. Hij heeft verklaard dat hij de persoon is die in het dossier wordt aangeduid als NN3: degene met de Under Armour jas aan. Alle door de politie beschreven en door de rechtbank bewezenverklaarde handelingen die worden toegeschreven aan NN3 heeft hij verricht.
De gewijzigde proceshouding heeft het hof, gelet op het overige dat in hoger beroep is aangevoerd en hetgeen in het vonnis met betrekking tot de straf is overwogen, geen aanleiding gegeven tot een andere strafoplegging te komen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonniswaarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. S. Bek en mr. D.J. Stahlie, raadsheren,
in aanwezigheid van de griffier mr. B.T.H. Toonen-Janssen,
en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 21 juli 2026.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 21 juli 2026.
Tegenwoordig:
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. J.C. Reddingius, advocaat-generaal,
mr. E.R. Koster-Nieuwenhuis, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.