ECLI:NL:GHARL:2026:4823

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
200.369.668
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:37 BWArt. 3:305a BWArt. 55 WPOArt. 56 WPOArt. 148 WPO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing sluitingsbesluit basisschool De Tweestroom wegens onvoldoende zorgplicht schoolbestuur

De zaak betreft het hoger beroep van Stichting De Sprong en een ouder tegen het besluit van Stichting Groeisaam om basisschool De Tweestroom per 1 augustus 2026 te sluiten. De Sprong, opgericht door ouders, wilde het bestuur van de school overnemen, maar dit verzoek werd afgewezen. De voorzieningenrechter wees de vorderingen van De Sprong af, waarna zij in hoger beroep gingen.

Het hof oordeelt dat De Sprong niet ontvankelijk is voor zover zij optreedt als stichting in de zin van artikel 3:305a BW vanwege wijziging van hoedanigheid tijdens de procedure. Wel is de ouder ontvankelijk en slaagt zijn hoger beroep deels. Het sluitingsbesluit wordt geschorst tot 1 augustus 2027 en Groeisaam wordt verboden het besluit uit te voeren in die periode.

Het hof stelt dat Groeisaam onvoldoende zorgplicht heeft betracht richting leerlingen en ouders. Zij trad niet tijdig in overleg met ouders, handhaafde het besluit ondanks positieve ouderraadpleging en hield onvoldoende rekening met nieuwe, gunstiger leerlingenprognoses. Ook is onvoldoende meegewogen dat het belang van kinderen bij thuisnabij onderwijs en continuïteit zwaarwegend is. De belangen van de kinderen wegen zwaarder dan de door Groeisaam aangevoerde onderwijskwaliteit en financiële argumenten.

De Sprong wordt veroordeeld in de proceskosten, evenals Groeisaam ten aanzien van de ouder. Het arrest vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter, behalve de bekrachtiging van een deel daarvan, en bepaalt de schorsing van het sluitingsbesluit.

Uitkomst: Het sluitingsbesluit van basisschool De Tweestroom wordt geschorst tot 1 augustus 2027 wegens onvoldoende naleving van de zorgplicht door het schoolbestuur.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.369.668
zaaknummer rechtbank Gelderland 465107
arrest in spoed kort geding van 13 juli 2026
in de zaak van

1.Stichting P.O. De Sprong (De Sprong)

die is gevestigd in gemeente West Maas en Waal
2. [de ouder] ( [de ouder] )
die woont in [woonplaats] , gemeente West Maas en Waal
advocaat: mr. L.F.B.M. Peeters
hierna samen: De Sprong c.s.
en
Stichting Groeisaam Primair Onderwijs (Groeisaam)
die is gevestigd in Druten
advocaat: mr. R.A.F. Willems

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
De Sprong c.s. hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, (hierna: voorzieningenrechter) op 1 mei 2026 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep met de klachten tegen het vonnis (grieven)
  • de memorie van antwoord
  • nagekomen producties van De Sprong c.s.
  • nagekomen producties van Groeisaam.
1.2.
Het hof heeft een mondelinge behandeling bepaald, die op 9 juli 2026 heeft plaatsgevonden. Daarvan is een verslag (het proces-verbaal) gemaakt dat nog aan partijen zal worden toegestuurd.
1.3.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof arrest bepaald.
Door de spoedeisendheid is op 13 juli 2026 een verkorte uitspraak (‘kop-staart-arrest’) gewezen, waarbij is bepaald dat de motivering van deze beslissing zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 24 juli 2026 volgt. Deze motivering is hieronder opgenomen.

2.De kern van de zaak

2.1.
De Tweestroom is de enige basisschool in Altforst (gemeente West Maas en Waal). Het is een katholieke school die ongeveer 200 jaar bestaat. De Tweestroom valt onder het bestuur van Groeisaam. Op 3 november 2025 heeft Groeisaam een brief gestuurd naar de ouders van de school, waarin zij het voornemen heeft geuit om De Tweestroom per 1 augustus 2026 te sluiten.
2.2.
De meeste ouders en verzorgers van de leerlingen van De Tweestroom zijn tegen sluiting van de school. [de ouder] is een van die ouders. Op initiatief van een aantal ouders en betrokkenen is op 10 december 2025 De Sprong opgericht. Na statutenwijziging heeft De Sprong - kort gezegd - enerzijds als doel om collectieve en rechtstreeks betrokken belangen van ouders en verzorgers van de huidige en toekomstige leerlingen van De Tweestroom te behartigen en anderzijds het (doen) verzorgen, behouden, bevorderen en veiligstellen van kwalitatief hoogwaardig primair onderwijs in Altforst. Daarnaast wil De Sprong bijdragen aan de leefbaarheid en sociale samenhang in Altforst en het behoud en de versterking van de school als ontmoetingsplaats.
2.3.
De Sprong heeft Groeisaam verzocht om (het bestuur van) de school aan haar over te dragen. Na onderzoek heeft Groeisaam op 27 februari 2026 het verzoek tot overdracht afgewezen en vervolgens definitief besloten De Tweestroom per 1 augustus 2026 te sluiten. De Sprong en twee ouders van leerlingen van De Tweestroom zijn deze kortgedingprocedure gestart en hebben - kort gezegd - gevorderd het besluit tot sluiting van de school te schorsen. De voorzieningenrechter heeft deze vordering afgewezen en daartegen komen De Sprong c.s. in hoger beroep op.
2.4.
In hoger beroep hebben De Sprong c.s. hun vorderingen gewijzigd. Primair vorderen zij het besluit tot sluiting van basisschool De Tweestroom per 1 augustus 2026 (hierna: het sluitingsbesluit) te schorsen voor de duur van het schooljaar 2026-2027, dus tot 1 augustus 2027. Daarnaast vorderen zij Groeisaam - kort gezegd - te verbieden uitvoering te geven aan het sluitingsbesluit en te verbieden om een nieuw besluit tot sluiting te nemen zonder heroverweging van alle relevante feiten en belangen.

3.De toelichting op de beslissing van het hof

Uitkomst in hoger beroep
3.1.
Het hof volgt het oordeel van de voorzieningenrechter dat De Sprong niet-ontvankelijk is in haar vorderingen voor zover deze zijn gebaseerd op artikel 3:305a BW en zal de vorderingen van De Sprong afwijzen voor zover zij optreedt als onderwijsinstelling. De vorderingen van [de ouder] zullen deels worden toegewezen. Het sluitingsbesluit zal worden geschorst tot 1 augustus 2027 en Groeisaam mag in die periode geen uitvoering geven aan het sluitingsbesluit. De overige vorderingen zullen worden afgewezen. Het hof licht hierna toe hoe hij hiertoe komt.
Feiten
3.2.
Het hof gaat uit van de feiten zoals verwoord in rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.14 van het vonnis van de voorzieningenrechter van 1 mei 2026. [1] In aanvulling daarop gaat het hof uit van de volgende feiten.
3.3.
Tijdens de procedure bij de voorzieningenrechter (op 24 april 2026) heeft De Sprong haar statuten gewijzigd, waarbij zij aan haar doel heeft toegevoegd:
het behartigen van de collectieve en rechtstreeks betrokken belangen van ouders en verzorgers van de huidige en toekomstige leerlingen van basisschool De Tweestroom te Altforst, dan wel van de onderwijsvoorziening die daarvoor in de plaats treedt, in het bijzonder hun belang bij de instandhouding van kwalitatief goed, thuisnabij en toekomstbestendig primair onderwijs in Altforst
Ook heeft De Sprong aan haar statuten toegevoegd dat zij haar doel onder meer tracht te bereiken door het optreden in en buiten rechte.
3.4.
In opdracht van de gemeente heeft onderzoeksbureau MOOZ een second opinion uitgevoerd over de door xxllnc Sociaal (hierna: xxllnc) in mei 2025 uitgevoerde ‘Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2025’ (hierna de leerlingenprognose van xxllnc).
3.5.
In de periode na het vonnis van de voorzieningenrechter zijn diverse berichten in de media verschenen over dat vonnis. Een bestuurder van De Sprong wordt daarin ook meermaals geciteerd. In berichten tussen 20 en 27 mei 2026 staat vermeld dat De Sprong niet in hoger beroep zal gaan van het vonnis.
3.6.
Op 22 mei 2026 heeft Groeisaam een brief gestuurd naar de ouders en verzorgers van leerlingen van twee basisscholen in Beneden-Leeuwen waarin staat dat sprake is van ruimtegebrek op beide scholen. Daarbij noemt Groeisaam dat maatregelen noodzakelijk zijn, waaronder een wachtlijst voor kinderen tot en met groep 7 die na 7 mei 2026 zijn aangemeld. Ook zal vanaf 1 januari 2027 worden gewerkt met een toelatingsbeleid.
3.7.
Op 15 juni 2026 is een brief namens de burgemeester en wethouders van gemeente West Maas en Waal aan De Sprong gestuurd met als onderwerp ‘Gemeentelijke herijking prognoses leerlingenaantallen Altforst’. Een kopie van deze brief is naar Groeisaam gestuurd. Onderaan deze brief staan aangepaste leerlingenprognoses voor Altforst opgenomen die tussen 2029 en 2040 uitkomen boven 50 leerlingen.
3.8.
Op 1 juli 2026 heeft de burgemeester van gemeente West Maas en Waal een uitgebreide brief gestuurd naar Groeisaam met het verzoek om nadere informatie over het sluitingsbesluit. In deze brief schrijft de burgemeester onder meer:
Daarnaast heeft het college kennisgenomen van uw besluit om namens het college gestelde
aanvullende vragen, naar aanleiding van vragen uit de gemeenteraad, niet inhoudelijk te
beantwoorden. Het college acht deze opstelling opmerkelijk en bestuurlijk onwenselijk.
(…)
Door de gevraagde informatie niet beschikbaar te stellen, wordt het college belemmerd in de
uitvoering van zijn wettelijke en bestuurlijke verantwoordelijkheid om de gemeenteraad
volledig en zorgvuldig te informeren. Daarmee komt niet alleen de informatievoorziening aan
de gemeenteraad onder druk te staan, maar wordt ook afbreuk gedaan aan de openheid en
transparantie die mogen worden verwacht van organisaties die een belangrijke publieke taak
vervullen en die intensief samenwerken met de overheid. Daarnaast maakt de gemeente zich ernstig zorgen over het welzijn en welbevinden van de leerlingen, leerkrachten en dorpsbewoners.
3.9.
Op 1 juli 2026 zijn drie moties unaniem aangenomen door de gemeenteraad van gemeente West Maas en Waal. In een van die moties wordt een voorstel gedaan voor een tijdelijk overbruggingsbudget voor Groeisaam met een maximale looptijd van twee jaar zodat de Tweestroom open kan blijven en de kwaliteit van het onderwijs voor de huidige leerlingen geborgd blijft.
3.10.
De gemeentesecretaris en burgemeester hebben bij brief van 3 juli 2026 namens het college van burgemeester en wethouders aan de advocaat van De Sprong c.s. geschreven dat de gemeente zich actief blijft inzetten voor het behoud van basisschool De Tweestroom en bereid is haar wettelijke bevoegdheden en mogelijkheden hiervoor maximaal te benutten.
Uitgangspunten in kort geding – voorlopige oordelen
3.11.
Het hof zal zich eerst een voorlopig oordeel vormen over de feiten en het daarop toe te passen recht en zal daarna beoordelen of de gevraagde voorlopige voorzieningen moeten worden gegeven. Het hof zal daarbij de belangen van partijen tegen elkaar afwegen en in ieder geval rekening houden met (i) het voorlopige karakter van zijn oordeel, (ii) de spoedeisendheid, (iii) de ingrijpendheid of onomkeerbaarheid van de gevraagde voorzieningen en (iv) de voor- en nadelen van het uitblijven daarvan. Uitgangspunt daarbij is dat de kort geding rechter zich moet richten naar de waarschijnlijke uitkomst van de bodemprocedure. [2] Alle oordelen hierna vallen binnen dit kader en zijn gelet op het karakter van een kort geding voorlopige oordelen.
Geen berusting door De Sprong c.s.
3.12.
Als meest verstrekkende verweer voert Groeisaam aan dat De Sprong c.s. niet ontvankelijk zijn in hun hoger beroep, omdat zij hebben berust in het vonnis van 1 mei 2026. Dit blijkt volgens Groeisaam uit diverse nieuwsberichten waarin staat dat zij geen hoger beroep zullen instellen. Groeisaam wijst onder meer naar een bericht in de Maas &Waler van 20 mei 2026 met de titel “
Stichting de Sprong gaat niet in hoger beroep en hoopt op initiatief gemeente”, een bericht in De Gelderlander van 22 mei 2026 met een citaat van een bestuurder van De Sprong die zegt: “
We trekken de stekker uit het hoger beroep” en een bericht van Omroep Gelderland van 27 mei 2026 waarin het volgende citaat van een bestuurder van De Sprong staat: “
We besloten ons neer te leggen bij de uitkomst en niet in hoger beroep te gaan”. De Sprong c.s. hebben betwist dat zij hebben berust in het vonnis. Het hof volgt Groeisaam niet in haar betoog dat De Sprong c.s. hebben berust in het vonnis en legt hieronder uit waarom.
3.13.
Volgens vaste rechtspraak kan slechts van berusting sprake zijn als de in het ongelijk gestelde partij (hier: De Sprong c.s.) na de uitspraak tegenover de wederpartij (hier: Groeisaam) heeft verklaard dat zij zich bij de uitspraak neerlegt of tegenover de wederpartij een houding heeft aangenomen waaruit dit neerleggen bij de uitspraak - in het licht van de omstandigheden van het geval - ondubbelzinnig blijkt. Als Groeisaam uit de uitlatingen van De Sprong c.s. in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen afleiden dat De Sprong c.s. op ondubbelzinnige wijze hun wil om in de uitspraak te berusten tot uitdrukking hebben gebracht, kunnen De Sprong c.s. daar tegenover Groeisaam niet op terugkomen. Het vereiste dat De Sprong c.s. na de uitspraak tegenover Groeisaam hebben verklaard dat zij zich bij de uitspraak neerleggen, vergt dat sprake is van een tot Groeisaam gerichte verklaring als bedoeld in artikel 3:37 lid 3 BW Pro. Een tot een derde gerichte mededeling levert echter geen berusting op. [3]
3.14.
De Sprong heeft uitsluitend uitlatingen tegenover de pers gedaan. De pers heeft deze uitlatingen vervolgens gepubliceerd waardoor eenieder hiervan kennis heeft kunnen nemen. Dat De Sprong c.s. begrepen moeten hebben dat ook Groeisaam van deze uitlatingen in de pers kennis zou nemen, leidt er niet toe dat sprake is van een tot Groeisaam gerichte verklaring van De Sprong c.s. als bedoeld in artikel 3:37 lid 3 BW Pro. Mededelingen van een bestuurder van De Sprong in de media kunnen niet worden aangemerkt als een tot Groeisaam gerichte verklaring van De Sprong c.s. De Sprong c.s. hebben daarmee niet tegenover Groeisaam te kennen gegeven zich neer te leggen bij het vonnis van de voorzieningenrechter. Het feit dat het om diverse mededelingen gaat in een periode van een paar weken, maakt dit niet anders. Geen van deze mededelingen zijn mededelingen van De Sprong c.s. gericht aan Groeisaam.
3.15.
Gelet op de verstrekkende gevolgen van berusting mag een wederpartij daar niet te snel vanuit gaan. Het lag op de weg van Groeisaam om onder deze omstandigheden navraag te doen bij (de advocaat van) De Sprong c.s. om te verifiëren of zij de genoemde uitlatingen in de pers in de door haar gestelde zin kon begrijpen. Groeisaam verwijst weliswaar naar een bericht van haar voormalig advocaat die opmerkt dat De Sprong heeft besloten (toch) hoger beroep in te stellen, maar daaruit volgt niet dat eerder door (de advocaat van) De Sprong c,s, is gecommuniceerd dat De Sprong c.s. zich bij het vonnis hadden neergelegd. In deze omstandigheden mocht Groeisaam niet redelijkerwijs uit de persuitlatingen van De Sprong c.s. afleiden dat De Sprong c.s. afstand deden van hun recht op hoger beroep.
De Sprong is niet-ontvankelijk voor zover zij haar vorderingen baseert op artikel 3:305a BW
3.16.
De Sprong is op 11 december 2025 opgericht. In haar oorspronkelijke statuten staat als voornaamste doel ‘het verzorgen en bevorderen van kwalitatief hoogwaardig christelijk primair onderwijs in het dorp Altforst’ en daarmee samenhangende doelstellingen. Uit het bestreden vonnis volgt dat De Sprong tijdens de mondelinge behandeling bij de voorzieningenrechter heeft aangevoerd ook te handelen in hoedanigheid van een stichting in de zin van artikel 3:305a BW waarbij zij opkomt voor de belangen van de ouders. De voorzieningenrechter heeft De Sprong in die hoedanigheid niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen. Volgens De Sprong heeft de voorzieningenrechter miskend dat De Sprong is opgericht mede op initiatief van ouders en betoogt zij dat haar belang niet kunstmatig kan worden beperkt tot die van een onderwijsinstelling (in de zin van artikel 55 WPO Pro [4] ). Daarbij wijst De Sprong erop dat zij na haar statutenwijziging ook uitdrukkelijk de collectieve belangenbehartiging van ouders en verzorgers van huidige en toekomstige leerlingen als doel heeft. De Sprong is volgens haar daarom belanghebbend en ontvankelijk.
3.17.
De wijziging van de stellingname door De Sprong en de wijziging van haar statuten leidt tot een wijziging van de hoedanigheid waarin De Sprong in het geding optreedt. In haar inleidende dagvaarding bij de voorzieningenrechter is de hoedanigheid van een claimstichting in de zin van artikel 3:305a BW namelijk niet vermeld. Uitgangspunt is dat een partij niet in de loop van de procedure in een andere hoedanigheid kan gaan optreden dan die waarin zij haar vordering bij aanvang van de procedure heeft ingesteld. Dit vloeit voort uit de eisen van een goede procesorde. [5] Er is geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken nu De Sprong pas tijdens de zitting bij de voorzieningenrechter heeft vermeld dat zij ook optreedt als een stichting in de zin van artikel 3:305a BW en daarna haar statuten daarop heeft aangepast. Dat betekent dat De Sprong in haar hoedanigheid van een stichting in de zin van artikel 3:305a BW niet ontvankelijk is in haar vorderingen. Zij is wel ontvankelijk in haar hoedanigheid van onderwijsinstelling.
Spoedeisend belang
3.18.
De Sprong c.s. hebben ook in hoger beroep nog een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorzieningen. Het sluitingsbesluit van Groeisaam brengt voor [de ouder] mee dat zijn kinderen niet meer in Altforst naar school kunnen, wat een grote impact heeft op hem als ouder. Daarbij komt dat het besluit leidt tot sluiting van de Tweestroom op 1 augustus 2026, waardoor een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
3.19.
Ook De Sprong als onderwijsinstelling heeft een (spoedeisend) belang bij de gevraagde voorlopige voorzieningen. De Sprong heeft de weigering van Groeisaam om de Tweestroom aan haar over te dragen weliswaar niet meer ten grondslag gelegd aan haar vorderingen, maar het hof begrijpt uit haar toelichting dat zij nog wel de mogelijkheid wil hebben om de school te kunnen overnemen. Dit zal onmogelijk zijn als het sluitingsbesluit niet wordt geschorst, omdat sluiting van de school als onomkeerbaar gevolg heeft dat er geen school meer kan bestaan in Altforst. De stichtingsnorm van een nieuwe school ligt namelijk zodanig hoog (200 leerlingen) dat die norm niet kan worden gehaald. Ook De Sprong kan daarom een bodemprocedure niet afwachten.
Beroep op WMS gaat niet op
3.20.
Volgens De Sprong c.s. zijn bij de beoordeling van het sluitingsbesluit de WPO, de WMS [6] , de uit de toelating van een leerling voortvloeiende rechtsverhouding tussen schoolbestuur, ouders en leerlingen, de zorgplicht van het schoolbestuur en de maatschappelijke betamelijkheid gezamenlijk van betekenis. Daarbij voeren zij aan dat de WMS ouders beschermt en vorm geeft aan de zorgplicht die Groeisaam heeft tegenover ouders en leerlingen. Groeisaam had volgens De Sprong c.s. ook moeten weten dat de oudergeleding van de medezeggenschapsraad (hierna: OMR) op het moment van het positieve advies van de medezeggenschapsraad (hierna: MR) over de voorgenomen sluiting niet functioneerde, dan wel dat de OMR de ouders niet daadwerkelijk vertegenwoordigde. Om die reden komt de ouders alsnog een beroep toe op de WMS, aldus De Sprong c.s.
3.21.
De WMS ziet uitdrukkelijk op de rechten en plichten van de MR in verhouding tot het bevoegd gezag van de school. Ouders kunnen daar geen beroep op doen zolang zij geen onderdeel uitmaken van de oudergeleding van de MR. De WMS is hier ook niet naar analogie van toepassing, omdat er een MR was met een oudergeleding die een positief advies heeft gegeven inzake het sluitingsbesluit. Dat de OMR de ouders niet vertegenwoordigde of dat het bevoegd gezag daar niet genoeg voor heeft gezorgd, is een stelling van De Sprong c.s. die onvoldoende is onderbouwd en ook niet is gebleken.
Artikel 148 WPO Pro is niet van toepassing
3.22.
Met de voorzieningenrechter is het hof van oordeel dat de regeling van artikel 148 WPO Pro uitsluitend betrekking heeft op openbare scholen. Dat de ratio van deze bepaling zo ruim is dat deze ook geldt voor bijzondere scholen, zoals het hof begrijpt uit de stellingen van De Sprong c.s., volgt het hof niet. In artikel 56 WPO Pro is juist een specifieke regeling opgenomen voor de overdracht van bijzondere scholen, waardoor een analoge toepassing van de regeling uit artikel 148 WPO Pro op bijzondere scholen niet voor de hand ligt.
Geen schending zorgplicht of onrechtmatig handelen tegenover De Sprong
3.23.
Voor zover De Sprong c.s. ook een klacht hebben gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 4.11 van het vonnis dat geen sprake is van onrechtmatig handelen door Groeisaam tegenover De Sprong, slaagt deze niet. De zorgplicht van Groeisaam strekt niet zover dat deze ook geldt tegenover andere onderwijsinstellingen. Het sluitingsbesluit richt zich ook niet op De Sprong. Het besluit van 27 februari 2026 inzake het weigeren van de overdracht van de school aan De Sprong richt zich weliswaar tot De Sprong, maar deze weigering van overdracht is in hoger beroep niet meer aan de vorderingen van De Sprong c.s. ten grondslag gelegd, zodat deze geen bespreking behoeft. Waarom Groeisaam ondanks het ontbreken van een zorgplicht tegenover De Sprong toch in strijd zou hebben gehandeld met de maatschappelijke betamelijkheid tegenover haar heeft De Sprong onvoldoende onderbouwd.
3.24.
Dit brengt mee dat de vorderingen van De Sprong als onderwijsinstelling zullen worden afgewezen.
Zorgplicht tegenover [de ouder]
3.25.
Onder meer uit de WPO vloeit een zorgplicht voort die op Groeisaam rust vanaf de aanmelding van een leerling op een school die onder haar gezag valt. Groeisaam heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof ook beaamd dat zij deze zorgplicht heeft en dat zij deze zowel tegenover de leerlingen als tegenover hun ouders of verzorgers heeft. Dit brengt mee dat Groeisaam bij het nemen van haar besluit om de Tweestroom te sluiten deze zorgplicht in acht moet nemen richting de leerlingen en hun ouders of verzorgers, onder wie [de ouder] .
3.26.
Het hof is - binnen de kaders van dit kort geding zoals hiervoor verwoord in 3.11 - van oordeel dat Groeisaam met haar sluitingsbesluit onvoldoende kenbaar in overeenstemming met haar zorgplicht heeft gehandeld. Hieronder licht het hof toe hoe hij tot dit oordeel komt aan de hand van een aantal verwijten dat [de ouder] Groeisaam maakt.
Het eigen beleid is niet duidelijk gevolgd
3.27.
Groeisaam heeft in 2021 beleid opgesteld waarin criteria zijn vastgesteld voor het in stand houden van kleine scholen. Daarin staan onder meer de volgende twee uitgangspunten:
2. Als ondergrens voor een kleine school hanteert Groeisaam een schoolgrootte van 50 leerlingen. Indien het leerlingenaantal hieronder komt, moet bekeken worden in hoeverre hier van een tijdelijke situatie sprake is (op termijn weer groei) of van een structurele situatie. In het laatste geval zal met directie, team en ouders in gesprek worden gegaan over het voortbestaan van de school.
(…)
5. Groeisaam zal vanuit het solidariteitsprincipe geld/diensten inzetten om de kleine scholen te behouden, met name in kernen waar het gaat om de ‘laatste’ school, mits de kosten voor de
instandhouding van de kleinere scholen niet ten koste gaan van de kwaliteit van de andere
Groeisaam-scholen. Een voorwaarde is dat de overheidsfinanciering hiervoor (kleine
scholentoeslag) blijft bestaan.
3.28.
Op basis van deze criteria mag een ouder erop vertrouwen dat als sprake is van structureel minder dan 50 leerlingen op de school, Groeisaam in overleg treedt met alle ouders over het voortbestaan van de school, zeker als het gaat om een laatste school in een kern, zoals bij De Tweestroom het geval is. [de ouder] wijst er terecht op dat hij vóór november 2025 niet kon voorzien dat Groeisaam bezig was met het voornemen om De Tweestroom te sluiten, omdat Groeisaam in het Integraal Huisvestingsplan van de gemeente West Maas en Waal van 2021 (hierna; het IHP) heeft laten vastleggen dat haar voornemen was om de school nog in ieder geval 5 tot 10 jaar open te houden met als voorwaarde voor de nieuwbouwopgave dat het geprognosticeerde leerlingaantal hoog genoeg is om een goed sociaal/emotioneel klimaat op school te waarborgen. In dat plan staat bij de omschrijving van de situatie in Altforst bovendien vermeld dat De Tweestroom op de lange termijn een stabiel leerlingenaantal heeft van net boven de 40 leerlingen en dat Groeisaam er vanwege die stabiliteit van de prognoses vertrouwen in heeft dat het sociaal/emotioneel klimaat gewaarborgd is. In maart 2024 is in een MR vergadering door het bestuur van Groeisaam informatie gegeven over de eventuele nieuwbouw en dat de nog op te stellen prognose van het leerlingenaantal relevant is voor de grootte van die nieuwbouw. In die notulen staat ook dat er op dat moment een stabiel onderwijsklimaat is op De Tweestroom.
3.29.
Anders dan op basis van haar beleid en deze informatie van haar zijde mocht worden verwacht, is Groeisaam niet in overleg getreden met de ouders over het voortbestaan van De Tweestroom, maar heeft zij ervoor gekozen om op 3 november 2025 een brief te sturen aan de ouders en verzorgers waarin zij in de inleiding schrijft:
Wij, het bestuur van stichting Groeisaam (de organisatie waar de school onderdeel van uitmaakt), hebben na zorgvuldig onderzoek een moeilijk besluit genomen. Wij zijn voornemens om basisschool De Tweestroom te sluiten per 1 augustus 2026.
3.30.
Vervolgens is het bestuur van Groeisaam in gesprek gegaan met de ouders en is via de MR een ouderraadpleging geweest. Ondanks dat uit die ouderraadpleging volgde dat alle ouders die daaraan mee hadden gedaan tegen sluiting van de school waren, heeft Groeisaam vastgehouden aan haar voorgenomen besluit. Dat Groeisaam met deze handelwijze in strijd met haar eigen beleid en haar zorgplicht tegenover ouders heeft gehandeld, is voldoende aannemelijk gemaakt door [de ouder] . Groeisaam heeft een voorgenomen sluitingsbesluit genomen voordat zij in overleg is getreden met de ouders over de toekomst van de school. Bovendien wordt in dat beleid 50 leerlingen als ondergrens genoemd om in overleg te treden met ouders en niet als sluitingsgrens. Zeker gelet op haar eigen berichten in het IHP en in de MR van maart 2024 mochten de ouders en verzorgers erop vertrouwen dat Groeisaam, bij de constatering dat uit een nieuwe prognose volgde dat het leerlingenaantal structureel onder de 50 leerlingen zou blijven, haar eigen beleid zou volgen en eerst met de ouders in gesprek zou treden voordat zij een besluit nam met het voornemen om de school aan het einde van het schooljaar te sluiten.
3.31.
Daar komt bij dat Groeisaam - door niet eerst in overleg te treden met de ouders en verzorgers, maar hen te confronteren met een voorgenomen besluit om aan het einde van het lopende schooljaar de school te sluiten - de ouders weinig tijd heeft geboden om alternatieven voor het voortbestaan van de school te onderzoeken. Het is niet in geschil dat de opheffingsnorm voor een basisschool in Altforst dertig leerlingen is. De opheffingsnorm is het minimum aantal leerlingen dat een school moet hebben om aanspraak te kunnen maken op bekostiging vanuit de overheid. Die norm ligt lager dan de ondergrens van 50 leerlingen die Groeisaam hanteert, waardoor alternatieven zoals het overnemen van de school door een andere stichting of omzetting naar openbaar onderwijs met hulp van de gemeente nog mogelijke alternatieven zouden kunnen zijn om de school open te houden zonder dat de bekostiging in gevaar komt.
Groeisaam had haar besluit door de latere informatie moeten heroverwegen
3.32.
In haar voorgenomen besluit van 3 november 2025 schrijft Groeisaam dat De Tweestroom al een aantal jaren te maken heeft met een dalend aantal leerlingen en dat de voorspellingen laten zien dat dit zo zal blijven. Vast staat dat Groeisaam op dat moment in ieder geval is uitgegaan van de prognoses uit het rapport van xxllnc van mei 2025. Groeisaam had de gemeente gevraagd om (nieuwe) prognoses in verband met de geplande nieuwbouwwoningen. Nadat Groeisaam haar voorgenomen sluitingsbesluit had genomen, bleek echter dat het aantal nieuwbouwwoningen in het rapport niet klopte, net zo min als het belangstellingspercentage. Groeisaam heeft daar vervolgens zelf correcties op aangebracht die er volgens haar toe leiden dat bij de prognoses van xxllnc 8 leerlingen per jaar moeten worden opgeteld.
3.33.
Volgens [de ouder] had de onjuistheid van de prognoses van xxllnc aanleiding moeten zijn voor Groeisaam om haar sluitingsbesluit te heroverwegen. Het hof volgt [de ouder] hierin. In de toelichting op haar sluitingsbesluit schrijft Groeisaam in haar brief van 27 februari 2026 aan De Sprong dat de leerlingenaantallen een van de vier belangrijkste overwegingen zijn die aan haar besluit ten grondslag liggen. Dat volgt ook uit de rapporten waar zij zich op beroept. Op het moment dat het voor haar duidelijk was dat de prognose waar zij zelf om had verzocht bij de gemeente onjuiste uitgangspunten bevatte, had dit daarom moeten leiden tot een heroverweging van haar sluitingsbesluit. Zoals zij zelf erkent, ging de prognose van xxllnc niet alleen uit van een te laag aantal nieuwbouwwoningen, maar ook van een te laag belangstellingspercentage. Er zijn kennelijk ook ouders geweest die Groeisaam hebben gewezen op deze onjuistheden in de prognoses van xxllnc. Door vast te houden aan haar sluitingsbesluit op basis van eigen correcties op de prognoses van xxllnc in plaats van nieuwe prognoses aan te vragen en die af te wachten, heeft Groeisaam niet in overeenstemming gehandeld met haar zorgplicht tegenover de ouders en verzorgers van De Tweestroom, onder wie [de ouder] .
3.34.
Daar komen de gebeurtenissen van na het vonnis van de voorzieningenrechter bij, zoals hiervoor samengevat onder 3.4 tot en met 3.10. In opdracht van de gemeente is een second opinion uitgevoerd door onderzoeksbureau MOOZ (hierna: MOOZ). In de onderzoeksnotitie van MOOZ van 15 mei 2026 staat een aantal kritiekpunten op het rapport van xxllnc. Zo schrijft MOOZ onder meer dat het onduidelijk is welke aannames xxllnc heeft gedaan omtrent het geboortecijfer en het effect van nieuwbouw daarop in Altforst. Daarnaast wijst MOOZ erop dat een onderbouwing ontbreekt van de door xxllnc geprognotiseerde afname van het belangstellingspercentage. MOOZ heeft vervolgens die prognosevarianten doorgerekend, waarbij is uitgegaan van alternatieve veronderstellingen omtrent de belangstelling en is de (beperkte) groei van de basisgeneratie meegenomen, die samenhangt met de nieuwbouw. De conclusie van het rapport is dat de alternatieve prognoses hoger uitvallen dan die van xxllnc, maar op de lange termijn (2040) niet boven de 50 leerlingen uitkomen.
3.35.
Op 15 juni 2026 is namens de burgemeester en wethouders van gemeente West Maas en Waal een brief aan De Sprong gestuurd met als onderwerp ‘Gemeentelijke herijking prognoses leerlingenaantallen Altforst’. Onderaan deze brief staan aangepaste leerlingenprognoses voor Altforst opgenomen die tussen 2029 en 2040 uitkomen boven 50 leerlingen. Een kopie van deze brief is naar Groeisaam gestuurd. Op 1 juli 2026 heeft de burgemeester van gemeente West Maas en Waal namens het college een uitgebreide brief gestuurd naar Groeisaam met het verzoek om nadere informatie over het sluitingsbesluit en om vóór 9 juli 2026 een overleg te houden. Ook op 1 juli 2026 zijn drie moties unaniem aangenomen door de gemeenteraad van gemeente West Maas en Waal. In een van die moties wordt een voorstel gedaan voor een tijdelijk overbruggingsbudget voor Groeisaam met een maximale looptijd van twee jaar, zodat de Tweestroom open kan blijven en de kwaliteit van het onderwijs voor de huidige leerlingen geborgd blijft.
3.36.
Dat Groeisaam in de onderzoeksnotitie van MOOZ een bevestiging zag van haar eerdere prognoses ontsloeg haar niet van haar plicht om opnieuw te kijken naar de diverse prognoses. Met name de kritiekpunten over de prognoses van xxllnc en de onzekerheden die MOOZ noemt die ook positief kunnen uitpakken, zoals de instroom van jonge gezinnen in de te realiseren nieuwbouw en een hogere gemiddelde woningbezetting, hadden alsnog tot een heroverweging van het sluitingsbesluit moeten leiden. Dat geldt al helemaal na ontvangst van de brief van de gemeente over de herijking van de prognoses. Het hof heeft er weliswaar begrip voor dat Groeisaam werd overvallen door deze brief, ook omdat zij niet bij de herijking was betrokken, maar dat ontsloeg haar niet van haar plicht om - al dan niet na overleg met de gemeente - haar sluitingsbesluit opnieuw te beoordelen. Dat had Groeisaam ook moeten doen na de brief van de burgemeester en de moties waaruit de bereidheid van de gemeenteraad bleek om een financiële bijdrage te leveren ter voorkoming van sluiting van de school.
3.37.
Door haar keuze om enerzijds tijdens deze procedure niet in overleg te treden met de gemeente en anderzijds vast te houden aan haar sluitingsbesluit, heeft Groeisaam onvoldoende oog gehad voor de onomkeerbaarheid van haar besluit en de gevolgen die dat zou hebben voor de ouders, verzorgers en leerlingen. Zij was ermee bekend dat de opheffingsnorm voor Altforst op 30 leerlingen lag, terwijl de norm om een nieuwe school te kunnen stichten op 200 leerlingen ligt. Het is voor alle betrokkenen duidelijk dat het aantal van 200 leerlingen niet gehaald zal worden in Altforst. Daar komt bij dat Groeisaam wist dat zij kampte met ruimtegebrek op andere scholen binnen de gemeente (zie hiervoor in 3.6), maar niet is gebleken dat zij de mogelijkheid om De Tweestroom als overloopschool of dependance te laten fungeren kenbaar heeft meegewogen in haar sluitingsbesluit.
3.38.
Dit alles had aanleiding moeten zijn voor Groeisaam om haar eerdere sluitingsbesluit alsnog te heroverwegen. Door dat niet te doen, heeft zij onvoldoende voldaan aan haar zorgplicht tegenover de ouders en verzorgers, onder wie [de ouder] .
Belangenafweging: hoge prioriteit voor de belangen van de kinderen
3.39.
Uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) volgt dat de belangen van een kind een hoge prioriteit hebben bij het nemen van maatregelen waar kinderen bij zijn betrokken. De authentieke Engelse tekst van artikel 3 IVRK Pro luidt:
In all actions concerning children, whether undertaken by public or private social welfare institutions, courts of law, administrative authorities or legislative bodies, the best interests of the child shall be a primary consideration. [7]
3.40.
Uit deze bepaling volgt dat aan de belangen van kinderen een bijzonder gewicht toekomt in verhouding tot andere betrokken belangen. [8] Dit brengt mee dat op het hof de verplichting rust om in zijn belangenafweging een hoge prioriteit te geven aan het belang van de kinderen die door het sluitingsbesluit worden geraakt, zoals de huidige leerlingen van de school en de kinderen van Altforst die jonger zijn dan vier jaar. Het hof zal in dat kader eerst beoordelen in hoeverre de belangen van deze kinderen door Groeisaam kenbaar zijn meegenomen bij haar sluitingsbesluit en vervolgens de overige belangen van kinderen meewegen, zoals deze ook zijn genoemd door [de ouder] . Binnen de kaders van dit kort geding zoals verwoord in 3.11 hiervoor komt het hof tot het oordeel dat gelet op de hoge prioriteit die moet worden gegeven aan de belangen van de kinderen, die belangen zwaarder wegen dan de door Groeisaam genoemde belangen. Dat oordeel berust op de hierna volgende overwegingen.
3.41.
Groeisaam schrijft in haar voorgenomen sluitingsbesluit bij het opsommingsteken ‘Voor de kinderen’ dat het met steeds minder leerlingen lastiger wordt om groepen te vormen met genoeg leeftijdsgenootjes. Dit heeft invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, omdat vriendschappen en samen van en met elkaar leren zo belangrijk zijn. Daarnaast schrijft Groeisaam dat het team bij sluiting aan het einde van het schooljaar zorgt voor een warme en zorgvuldige overdracht naar de nieuwe school. Onder het kopje ‘Informatie voor de kinderen’ schrijft Groeisaam ook nog dat zij het belangrijk vindt dat de kinderen op een rustige en warme manier horen wat er speelt. In haar brief aan de ouders en verzorgers van 27 februari 2026 met het definitieve sluitingsbesluit schrijft Groeisaam dat zij ouders en verzorgers helpt om een nieuwe school voor hun kind te vinden en dat zij daarover overleg hebben met andere scholen in de buurt.
3.42.
Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft het bestuur van Groeisaam toegelicht dat zij de overtuiging heeft dat de leerlingen in hun ontwikkeling beter tot bloei komen in een school waar sprake is van meer omvang, waar de ondersteuning goed kan worden geregeld, waar stabiliteit is in het team en het team niet naast de instructies ook nog aandacht moet hebben voor verschillende leerlingen voor de verwerking tijdens de les, omdat er verschillende leerjaren in de klas zitten. Zij acht het daarom in het belang van de ontwikkeling van de kinderen om op een school met meer leerlingen te zitten. Zij gaf ook aan te hopen dat veel kinderen naar de school in Appeltern zullen gaan, omdat ze dan op een grotere school komen. Groeisaam heeft erop gewezen dat zij heeft gemerkt dat toen zij genoodzaakt was twee groepen te maken op De Tweestroom de onderwijsresultaten achteruit gingen. In 2022 werd de school door de inspectie benoemd als risicoschool en ondanks dat ze dit heeft kunnen kenteren, bleef het kwetsbaar. Van het team wordt teveel gevraagd, waardoor de huidige situatie niet langer kan worden volgehouden met borging van de kwaliteit van het onderwijs. Ook wijst zij op onderzoek van onder meer de PO-raad over de risico’s bij kleine scholen.
3.43.
Voorop wordt gesteld dat het in het belang van iedere leerling is dat de onderwijskwaliteit op school is geborgd. Voorafgaand aan haar voorgenomen besluit heeft BMC in opdracht van Groeisaam een notitie opgesteld. Onder hoofdstuk 2.3 ‘onderwijskwaliteit’ van die notitie staat onder meer:
(…) De onderwijskwaliteit krijgt veel aandacht. Dit is momenteel voldoende, maar staat onder druk. Het vraagt veel van het pedagogisch-didactisch handelen van de leraren om les te geven in units (groep 1-3, groep 4-5 en groep 6-8). Het is een uitdaging om leerlingen individueel te begeleiden na het geven van de klassikale lesinstructie vanwege de diversiteit van de leerlingen in de units. Het hoge verloop onder leraren draagt daar niet aan bij.
(…) Sinds oktober 2022 werd De Tweestroom door de Onderwijsinspectie getypeerd als een
risicoschool. In januari 2023 vond een inspectiebezoek plaats en werd de onderwijskwaliteit
als voldoende beoordeeld. De inspectie uitte wel haar zorgen over de kwetsbaarheid van de
omvang van de school, het gebrek aan continuïteit onder het personeel en de
onderwijsresultaten die op een kleine school snel onder de signaalwaarde van de Inspectie
kunnen komen (driejaarsgemiddelde).
(…)
In maart 2025 heeft Groeisaam een externe audit laten uitvoeren op De Tweestroom naar de onderwijskwaliteit, gebaseerd op de indicatoren van de Onderwijsinspectie. Het oordeel van de audit voor de totale kwaliteit van het onderwijs was 'voldoende'. Vanuit de audit volgen wel een aantal aanbevelingen voor de indicator OP3 Pedagogisch-didactisch handelen.
(…)
3.44.
In notulen van een MR vergadering van 18 maart 2024 staat onder het kopje ‘Ontwikkelingen onderwijskwaliteit, opbrengsten’:
Doorstroomtoets is beter gemaakt dan verwacht, het radicaal omgooien van het lesaanbod heeft tot dusver z'n vruchten afgeworpen. De resultaten zijn tot aan de kerst al langzaamaan toegenomen en dit uit zich nu in de goede resultaten van de doorstroomtoets.
De verwachtingen en structuur zijn door het personeel goed op elkaar afgestemd en wordt
schoolbreed toegepast, wat voor de kinderen een stabiel onderwijsklimaat oplevert.
3.45.
Hieruit volgt dat de Onderwijsinspectie in 2023 de onderwijskwaliteit als voldoende heeft beoordeeld en de externe auditor in maart 2025 eveneens tot de conclusie komt dat de totale kwaliteit van het onderwijs voldoende was. De Tweestroom is in 2022 weliswaar bestempeld als een risicoschool door de Onderwijsinspectie, maar door de grote inzet en inspanningen van Groeisaam is het gelukt om zowel in 2023 als in maart 2025 volgens de normen van de Onderwijsinspectie een voldoende te (kunnen) halen, het hoogst haalbare. Hieruit volgt niet dat het vanwege de onderwijskwaliteit nodig was om de school per 1 augustus 2026 te sluiten.
3.46.
In het hoofdstuk toekomstscenario’s van de BMC notitie wordt nogmaals gewezen op de risico’s voor het onderwijsklimaat en staat dat een andere zorg vanuit de overheid, inspectie en het bestuur van Groeisaam is dat er op een kleine school risico's kunnen ontstaan op sociaal-emotioneel gebied, omdat kinderen maar weinig klas- en schoolgenoten hebben. Eerder in die BMC notitie staat echter dat eind schooljaar 2024-2025 de beleving van de sociale veiligheid onder leerlingen positief en in lijn is met andere scholen, zodat ook daaruit geen noodzaak volgt om de school in het belang van de leerlingen per 1 augustus 2026 te sluiten.
3.47.
Groeisaam voert overigens aan dat zij BMC heeft ingehuurd om een vervolgonderzoek te doen naar het zelfstandig voortbestaan van De Tweestroom. Er staat in de aanleiding van de BMC notitie wel dat het bestuur van Groeisaam vervolgonderzoek wil doen naar het zelfstandig voortbestaan van De Tweestroom, maar nergens blijkt uit dat BMC zelf onderzoek heeft gedaan. In de leeswijzer staat juist dat wordt verwezen naar gegevens en afwegingen vanuit eerder gedaan onderzoek. Ook uit de inhoud van deze notitie volgt dat het gaat om een weergave van diverse gegevens die op er dat moment waren, maar niet om een vervolgonderzoek. In die notitie worden drie toekomstscenario’s geschetst, waarbij in de conclusie uitsluitend stellingnames zijn opgenomen. Een afweging van de belangen van de kinderen die het aangaat, volgt daar niet uit. Wel wijst BMC er onder meer op dat het bij het opheffen van de school cruciaal is dat het bestuur samen met de directeur en de MR goed luistert naar de behoeften en zorgen van ouders/verzorgers en hier actief op inspeelt.
3.48.
Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft [de ouder] toegelicht dat het in het belang is van de kinderen om dichtbij naar school te kunnen in het dorp waar ze wonen en ze in relatie kunnen staan tot hun woonomgeving en dat zij niet naar school hoeven te fietsen of weggebracht moeten worden. Daarbij stelt [de ouder] dat uit rapporten volgt dat thuisnabij onderwijs de voorkeur heeft en dat voor kleine kinderen de fysieke afstand tussen thuis en school niet te groot moet zijn. [de ouder] heeft ook gewezen op de brief aan de Leden Vaste Commissie voor OCW van de Tweede Kamer van de PO-raad en de Sectorraad GO van 9 mei 2025 die het belang van thuisnabij onderwijs onderstreept. Ook de gemeente wijst in haar berichten aan Groeisaam op het belang van thuisnabij onderwijs voor de kinderen van Altforst.
3.49.
Het is niet gebleken dat Groeisaam na de BMC notitie nog vervolgonderzoek heeft gedaan waarbij deze belangen van de kinderen van Altforst zijn meegewogen. Groeisaam heeft wel een plan gemaakt voor de overstap van de leerlingen van De Tweestroom naar andere scholen. Dat plan heeft zij op 14 november 2025 voorgelegd aan de toenmalige OMR. In dat plan heeft Groeisaam onder meer een overzicht opgenomen van de locaties van andere scholen in de buurt. De dichtstbijzijnde school is de school in Appeltern die op een fietsafstand ligt van 3,2 km en er zijn andere scholen die op een fietsafstand tussen de 3,5 en 8,7 km liggen. Het hof heeft begrepen dat fietsen naar de dichtstbijzijnde school alleen kan over een (provinciale) weg waar ook auto’s op rijden. Omdat het gaat om kinderen vanaf 4 jaar is het niet aannemelijk dat dit in het belang van de kinderen is. In hoeverre het belang van kinderen bij thuisnabij onderwijs is meegewogen in het sluitingsbesluit is onduidelijk. Dit belang speelt in de belangenafweging van het hof echter wel een grote rol.
3.50.
Datzelfde geldt voor het veranderen van school tijdens de basisschoolperiode. In het hiervoor genoemde plan van Groeisaam staat wel dat het doel is dat elke leerling op de best passende plek terechtkomt waar de schoolloopbaan van deze kinderen ononderbroken kan worden voortgezet, maar daaruit volgt niet in hoeverre is meegewogen wat het betekent voor deze kinderen om tijdens hun basisschooltijd (ongewild) van school te moeten veranderen. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft Groeisaam toegelicht dat het volgens haar niet in het belang is van de kinderen om de school langer open te houden en is duidelijkheid het beste voor kinderen. Zij heeft toegelicht dat zij geen latere sluitingsdatum wilde om leegloop te voorkomen, maar in hoeverre zij heeft onderzocht of een mogelijke leegloop in het nadeel van de leerlingen zou zijn en of duidelijkheid voor de kinderen over een sluiting op een later moment niet in het belang is van de kinderen, is echter niet toegelicht.
3.51.
Gelet op alle genoemde omstandigheden en de hiervoor genoemde belangen van de kinderen die nu en in de nabije toekomst worden geraakt door het sluitingsbesluit vindt het hof de belangen van deze kinderen zwaarder wegen dan de belangen van Groeisaam op de punten van onderwijskwaliteit, de druk op het team en de financiën. Het hof heeft begrip voor de druk die op het team rust, maar uit de diverse rapporten waar Groeisaam naar verwijst, maakt het hof niet op dat het daarom nodig is om de school per 1 augustus 2026 te sluiten. Hetzelfde geldt voor de onderwijskwaliteit en de financiën.
3.52.
Het hof is in het licht van deze kortgeding procedure en de onomkeerbare gevolgen van het sluitingsbesluit van oordeel dat het schorsen van het sluitingsbesluit daarom meer in het belang van de kinderen is. Dat geeft Groeisaam en de gemeente (ook) de mogelijkheid om samen met de ouders en andere betrokkenen te zoeken naar de beste oplossing in het belang van de kinderen van Altforst.
Gevolg voor de gevraagde voorzieningen
3.53.
Het voorgaande betekent dat het hof de gevraagde schorsing van het sluitingsbesluit voor de duur van het schooljaar 2026-2027 zal toewijzen, evenals het gevraagde verbod voor Groeisaam om in de tussentijd uitvoering te geven aan haar sluitingsbesluit. Het gevraagde verbod om een nieuw besluit tot sluiting te nemen zal worden afgewezen. Dit verbod is niet alleen te ruim, maar het staat Groeisaam op zichzelf vrij om een nieuw sluitingsbesluit te nemen. Daarbij zal zij haar zorgplicht in acht moeten nemen, wat eventueel achteraf door een rechter - met in achtneming van de hoge prioriteit voor de belangen van de kinderen - kan worden getoetst, maar het kan haar niet op voorhand worden verboden om een dergelijk besluit te nemen.
Geen ruimte voor bewijslevering
3.54.
Partijen hebben een bewijsaanbod gedaan. Door de aard van dit spoed kort geding is er geen plaats voor bewijslevering, waardoor het hof daaraan voorbij gaat.
De conclusie
3.55.
Het hoger beroep van [de ouder] slaagt. Omdat Groeisaam tegenover [de ouder] in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Groeisaam tot betaling van zijn proceskosten bij de voorzieningenrechter en in hoger beroep veroordelen. Omdat [de ouder] dezelfde advocaat had als De Sprong zal het hof Groeisaam niet in de volledige advocaatkosten van [de ouder] veroordelen. Het hof schat dat het deel dat de advocaat in de procedure bij de voorzieningenrechter heeft besteed aan de zorgplicht tegenover ouders op 50%, omdat daar een deel betrekking had op de overdracht van de school aan De Sprong. Omdat dit laatste in hoger beroep niet meer speelde, schat het hof dat de advocaat in hoger beroep 75% van zijn tijd heeft besteed aan de zorgplicht tegenover ouders en de belangen van de kinderen.
3.56.
Het hoger beroep van De Sprong slaagt niet. Omdat De Sprong in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof De Sprong tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. [9]
3.57.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 1 mei 2026, behalve de beslissing onder 5.1, die hierbij wordt bekrachtigd, en beslist als volgt:
4.2.
wijst de vorderingen van De Sprong - voor zover zij optreedt als onderwijsinstelling - af;
4.3.
schorst het sluitingsbesluit van Groeisaam voor de duur van het schooljaar 2026-2027 en daarmee tot 1 augustus 2027;
4.4.
verbiedt Groeisaam uitvoering te geven aan het sluitingsbesluit, waaronder begrepen het feitelijk sluiten van de school, het beëindigen of overdragen van onderwijsvoorzieningen, het treffen van onomkeerbare organisatorische maatregelen en het verrichten van handelingen die voortzetting of overdracht van de school bemoeilijken of onmogelijk maken;
4.5.
veroordeelt De Sprong tot betaling van de volgende proceskosten van Groeisaam:
€ 851 aan griffierecht
€ 2.580 aan salaris van de advocaat van Groeisaam (2 procespunten x het toepasselijke tarief II van € 1.290 per punt);
4.6.
veroordeelt Groeisaam tot betaling van de volgende proceskosten van [de ouder] tot aan de uitspraak van de voorzieningenrechter:
€ 588,50 aan salaris van de advocaat van [de ouder] (50% van het toepasselijke tarief van € 1.177);
en tot betaling van de volgende proceskosten van [de ouder] in hoger beroep:
€ 128,65 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan Groeisaam;
€ 1.935 aan salaris van de advocaat van [de ouder] (2 procespunten x 75 % van het toepasselijke tarief II van € 1.290 per punt);
4.7.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
4.8.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.9.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.M. Hennekens, A.A. van Rossum en G.J. Meijer. Het verkort arrest is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026. Dit arrest is aangevuld met een motivering op 23 juli 2026.

Voetnoten

1.Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 1 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3490.
2.HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:666, ro. 3.7.1.
3.HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:412, r.o. 3.3. en 3.4.
4.Wet op het primair onderwijs.
5.HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:587, ro. 3.3.
6.Wet medezeggenschap op scholen.
7.De niet authentieke Nederlandse vertaling luidt: “Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging.”.
8.Vergelijk HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799, ro. 3.1.4.
9.HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.