Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven, tevens wijziging van eis
- de memorie van antwoord tevens bezwaar eisvermeerdering in appel
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 25 februari 2026 is gehouden, waarin onder meer is vastgelegd dat het hof het bezwaar van TCE Holding tegen de vermeerdering van eis door [de broers] ongegrond heeft verklaard (blad 3).
2.De kern van de zaak
3.De feiten
Voor wat betreft de mandelige weg, verklaart Koper bekend te zijn met de inhoud van deze mandelige weg en zijn 1/10e onverdeeld aandeel hierin. Met betrekking tot het gezamenlijk gebruik van deze weg en de verdeling van de kosten, zullen de betrokken partijen tijdig, doch voor notariële levering afspraken maken. De mandelige weg zal in gebruik zijn bij de eigenaren en/of gebruikers van de bedrijfsruimten onderdeel uitmakend van het bedrijfsverzamelgebouw Briellaard Noord te Bareveld, kavel 13, bedrijfsunit 1 tot en met 9.”
“Voorgaande verkrijging”is vermeld dat [de projectontwikkelaar] het verkochte in eigendom zal verkrijgen door de inschrijving in het Kadaster van een afschrift van een akte van levering
“op heden voor mij, notaris, te verlijden”. Op p. 20 tot en met 24 komen dezelfde bepalingen voor over de bestemming tot mandeligheid als hierboven geciteerd. Bij akte van inbreng van 24 december 2018 heeft de v.o.f. perceel 6513 en het 1/10 onverdeelde aandeel in perceel 6512 ingebracht in TCE Holding. De bepalingen omtrent de bestemming tot mandeligheid zijn ook in deze akte opgenomen (p. 22 tot en met 27).
4.De toelichting op de beslissing van het hof
“op heden voor mij, notaris, te verlijden”(zie 3.11 tot en met 3.15). De hier bedoelde akte is niet overgelegd. Van wie [de projectontwikkelaar] en onder welke voorwaarden de vof daarom perceel 6513 en het 1/10 aandeel heeft verkregen blijft onduidelijk. Partijen hebben daarover geen nadere informatie verstrekt, zij het dat TCE Holding ter zitting bij het hof heeft verklaard dat JHOLD van perceel 6513 af wilde om een andere kavel te kunnen kopen. Of JHOLD rechthebbende was van 1/10 aandeel in perceel 6512 en of zij dat aandeel heeft geleverd aan [de projectontwikkelaar] is niet gebleken, zodat ook niet is gebleken dat [de projectontwikkelaar] het aandeel in eigendom heeft overgedragen aan de vof. Omdat daarmee niet is vast komen te staan dat de vof rechthebbende van het 1/10 aandeel was, is ook niet komen vast te staan dat TCE Holding de eigendom van dit aandeel heeft verworven. Dit betekent dat het hof TCE Holding zal volgen in haar stelling dat zij geen rechthebbende is op 1/10 aandeel in perceel 6512. Hoewel de stellingen van [de broers] op dit punt niet helemaal duidelijk zijn, lijken zij er ook vanuit te gaan dat TCE Holding geen rechthebbende op dit aandeel is. Dit brengt mee dat dit aandeel eerst aan TCE Holding zou moeten worden overgedragen, alvorens TCE Holding zou kunnen meewerken aan de vestiging van mandeligheid op perceel 6512. [de broers] heeft dit laatste ter zitting bij het hof bevestigd.