ECLI:NL:GHARL:2026:511
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontruimingsvonnis met schorsing ten behoeve van kwetsbare huurder
Bij vonnis van 15 oktober 2025 heeft de kantonrechter [appellant] veroordeeld tot ontruiming van zijn woning binnen 14 dagen, met veroordeling in proceskosten. Tegen dit bodemvonnis is hoger beroep ingesteld. [Appellant] vorderde in kort geding schorsing van de ontruiming, wat door de voorzieningenrechter werd afgewezen.
Het hof hanteert het toetsingskader van de Hoge Raad van 20 december 2019 en concludeert dat er geen kennelijke misslag is in het bodemvonnis. Wel weegt het hof de belangen van partijen opnieuw af en komt tot het oordeel dat het belang van [appellant], een zeer kwetsbare huurder met intensieve begeleiding en zonder adequate vervangende woonruimte, zwaarder weegt dan het belang van Veenvesters bij uitvoering van het vonnis.
Hoewel sprake is van overlastmeldingen door twee buren, zijn andere omwonenden niet van overlast overtuigd en zijn nieuwe stukken overgelegd die sommige meldingen weerleggen. Gezien de vergevorderde bodemprocedure en het grote belang van [appellant] wordt de primaire vordering toegewezen. Het hof verbiedt Veenvesters de ontruiming uit te voeren zolang het hoger beroep loopt en veroordeelt Veenvesters in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verbiedt de woningcorporatie om de ontruiming uit te voeren zolang het hoger beroep loopt en veroordeelt haar in de proceskosten.