ECLI:NL:GHARL:2026:520
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij matiging sanctie wegens termijnoverschrijding
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die de proceskostenvergoeding had vastgesteld met een wegingsfactor van 0,25, omdat de sanctie uitsluitend was gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn van berechting.
Het hof oordeelt dat de kantonrechter ten onrechte het gewicht van de zaak als zeer licht heeft aangemerkt. Omdat de matiging van de sanctie uitsluitend op de termijnoverschrijding berust, moet het gewicht van de zaak als licht worden beschouwd. De verwijzing naar een eerdere uitspraak over immateriële schade is niet relevant.
Het hof vernietigt daarom het besluit over de proceskostenvergoeding en kent een hogere vergoeding toe, zowel voor de procedure bij de kantonrechter als voor het hoger beroep. De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 140,10.
Het arrest is gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting op 30 januari 2026.
Uitkomst: Het gerechtshof kent een hogere proceskostenvergoeding toe wegens matiging van de sanctie door overschrijding van de redelijke termijn.