De kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland had een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige voor twee weekenden per maand verlengd tot 20 december 2025. De moeder ging in hoger beroep omdat zij van mening was dat voor deze weekendplaatsing geen machtiging nodig was. Het hof oordeelt dat de machtiging alleen vereist is bij een noodzakelijke plaatsing van het kind gedurende dag en nacht buiten het gezin.
De feiten tonen aan dat de minderjarige sinds mei 2025 bij de moeder woont en twee weekenden per maand op een zorgboerderij verblijft. De moeder heeft zelf om deze weekendplaatsing gevraagd en werkt hieraan mee. De verzorging en opvoeding blijven bij de moeder, die ook begeleiding ontvangt in het kader van de ondertoezichtstelling. De weekendplaatsing dient vooral ter ontlasting van de moeder en is beperkt in duur.
Het hof stelt vast dat de weekendplaatsing niet noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige en dat de machtiging daarom niet vereist is. Bovendien is er sprake van instemming en samenwerking tussen de moeder en de gecertificeerde instelling. Het hof vernietigt de beschikking van de kinderrechter en wijst het verzoek tot verlenging van de machtiging af.