ECLI:NL:GHARL:2026:734
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie bij co-ouderschap na echtscheiding
Uit het huwelijk van partijen zijn twee kinderen geboren, waarvan het hoofdverblijf aanvankelijk verdeeld was: één bij de vader en één bij de moeder. De rechtbank had een co-ouderschapsregeling vastgesteld waarbij de kinderen om de week bij elk van de ouders verbleven, met een kinderalimentatie van €145 per kind per maand door de vader aan de moeder.
In hoger beroep verzoekt de vader een lagere of geen kinderalimentatie, terwijl de moeder incidenteel hoger beroep instelt om het hoofdverblijf van het oudste kind bij haar te laten bepalen. Het hof overweegt dat het belang van de kinderen voorop staat en dat het beter is dat beide kinderen bij de moeder staan ingeschreven om spanningen tussen ouders en ongelijkheid tussen kinderen te voorkomen.
De financiële draagkracht van de vader wordt op basis van zijn gemiddelde winst uit onderneming berekend, wat leidt tot een netto besteedbaar inkomen onder de drempel voor tabelbedragen. De kinderalimentatie wordt daarom vastgesteld op €25 per kind per maand, lager dan de eerdere beschikking. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat beide kinderen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben en stelt de kinderalimentatie van de vader vast op €25 per kind per maand met compensatie van proceskosten.