ECLI:NL:GHARL:2026:749

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
200.357.865
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking verzoek hoger beroep in civiele zaak tussen ouders

In deze civiele procedure bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de moeder, verzoekster in hoger beroep, haar verzoek tot hoger beroep ingetrokken. Het hoger beroep betrof een beschikking van de rechtbank Gelderland van 7 april 2025. Na ontvangst van de intrekking op 3 februari 2026 heeft het hof geconcludeerd dat de moeder haar gronden niet handhaaft en verklaart zij niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

De procedure omvatte het beroepschrift, het verweerschrift en correspondentie van beide partijen. Het hof heeft de proceskosten in hoger beroep gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is op 10 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door drie rechters, bijgestaan door de griffier.

Deze beslissing betekent dat het hoger beroep niet wordt behandeld en de uitspraak van de rechtbank Gelderland in stand blijft. De moeder kan geen verdere procedure in hoger beroep voortzetten in deze zaak.

Uitkomst: Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep na intrekking van het verzoek en compenseert de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.357.865
(zaaknummer rechtbank Gelderland 429969)
beschikking van 10 februari 2026
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. B. Willemsen,
en
[verweerder],
wonende te [woonplaats2] , gemeente [gemeentenaam] ,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. J.G. Kalk

1.1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 16 februari 2024 en 7 april 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 7 april 2025 wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift met producties, ingekomen op 4 juli 2025;
  • het verweerschrift met een productie;
  • een brief namens de vader van 3 februari 2026;
  • een journaalbericht namens de moeder van 3 februari 2026.

3.De motivering van de beslissing

3.1
De moeder heeft het hof op 3 februari 2026 laten weten dat zij het verzoek in hoger beroep wenst in te trekken. Het hof maakt hieruit op dat de moeder haar gronden van het hoger beroep niet handhaaft. Dit brengt mee dat het hof de moeder niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoek in hoger beroep.
3.2
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, M.L. van der Bel en R. Feunekes, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.