In deze civiele procedure bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de moeder, verzoekster in hoger beroep, haar verzoek tot hoger beroep ingetrokken. Het hoger beroep betrof een beschikking van de rechtbank Gelderland van 7 april 2025. Na ontvangst van de intrekking op 3 februari 2026 heeft het hof geconcludeerd dat de moeder haar gronden niet handhaaft en verklaart zij niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De procedure omvatte het beroepschrift, het verweerschrift en correspondentie van beide partijen. Het hof heeft de proceskosten in hoger beroep gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is op 10 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door drie rechters, bijgestaan door de griffier.
Deze beslissing betekent dat het hoger beroep niet wordt behandeld en de uitspraak van de rechtbank Gelderland in stand blijft. De moeder kan geen verdere procedure in hoger beroep voortzetten in deze zaak.