Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, dat bij de moeder woont. Na eerdere afspraken en een ondertoezichtstelling is een zorgregeling vastgesteld waarbij de vader drie van de vier weekenden zorg draagt. De moeder verzoekt deze regeling te wijzigen naar om het weekend verblijf bij de vader.
Het hof constateert dat de omstandigheden zijn gewijzigd, onder meer doordat de ondertoezichtstelling is beëindigd en de zorgregeling tijdens vakanties is aangepast. De moeder voert aan dat de huidige regeling te belastend is en dat er sprake is van ruzies tussen de vader en zijn partner in het bijzijn van het kind, wat de vader betwist.
Het hof acht de zorgen onvoldoende onderbouwd en stelt dat het contact tussen het kind en beide ouders goed is. De raad voor de kinderbescherming adviseert de zorgregeling niet te wijzigen, omdat de spanningen vooral voortkomen uit de verstoorde communicatie tussen ouders. Het hof volgt dit advies en wijst het verzoek van de moeder af, omdat de huidige regeling rust en duidelijkheid biedt en het belang van het kind het beste dient.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot wijziging van de zorgregeling in het weekend af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.