Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
die hoger beroep heeft ingesteld,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden staat de vraag centraal of de man een vergoedingsrecht toekomt voor een bedrag dat in 2010 en 2014 is geschonken ter financiering van de echtelijke woning.
De man stelde dat naast een schenking van €26.000 in 2010 ook een bedrag van €50.000, geschonken bij schuldigerkenning, was aangewend voor de woning. Hij overhandigde diverse aangiftes inkomstenbelasting en liet getuigen horen, waaronder een notaris, een belastingadviseur en zijn vader. Het hof oordeelde echter dat de man niet is geslaagd in zijn bewijs, mede omdat de schuldigerkenning in latere jaren steeds werd opgevoerd en de nota van afrekening slechts een bijbetaling van €25.000 door de ouders vermeldt.
De man wijzigde zijn verzoek en stelde dat de schenking van €50.000 in 2014 met een uitsluitingsclausule was gedaan en dat op grond van de beleggingsleer een vergoedingsrecht van €107.470,66 zou bestaan. Het hof wees dit verzoek af wegens schending van de twee-conclusieregel en omdat de wijziging niet binnen de uitzonderingen viel. Tevens kon het vergoedingsrecht niet worden vastgesteld vanwege onbekende waarde van de woning ten tijde van de schenking.
Uiteindelijk bepaalde het hof dat de man recht heeft op teruggave van €26.000 uit de ontbonden huwelijksgemeenschap, zonder waardestijging, en verklaarde het gewijzigde verzoek niet-ontvankelijk. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: De man heeft recht op teruggave van €26.000 uit de ontbonden huwelijksgemeenschap; zijn gewijzigde verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.