ECLI:NL:GHARN:1996:AA4661

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
19 april 1996
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
951501
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 belastingverdrag Nederland-Australiëartikel 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verrekening Australische bronbelasting bij vennootschapsbelasting

Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting over 1989 vanwege niet-verrekende Australische bronbelasting op dividenduitkeringen van haar Australische deelneming.

Het geschil betrof de vraag of deze bronbelasting op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Australië kon worden verrekend met de Nederlandse vennootschapsbelasting, dan wel als kostenpost mocht worden afgetrokken bij de winstbepaling.

Het hof oordeelde dat het dividend als meegekocht dividend op de kostprijs van de deelneming in mindering moet worden gebracht volgens goed koopmansgebruik, waardoor het dividend niet leidt tot vermindering van de vennootschapsbelasting. Tevens moet de kostprijs van de deelneming worden verhoogd met de ingehouden Australische bronbelasting, die niet als kostenpost in aanmerking komt.

De beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur werd bevestigd. Het hof wees ook een veroordeling in proceskosten af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 19 april 1996.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd zonder verrekening van de Australische bronbelasting.

Uitspraak

G E R E C H T S H O F
A R N H E M
BELASTINGKAMER
Nr. 951501
Het gerechtshof te Arnhem, tweede meervoudige belastingkamer;
Gezien het beroepschrift van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid *X B.V., gevestigd te *Z, ingekomen op 14 september 1995 en gericht tegen de uitspraak d.d. 4 augustus 1995 van de inspecteur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen *P op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de haar voor het jaar 1989 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting;
Gezien de overige stukken;
Overwegende, dat beide partijen het hof schriftelijk toestemming hebben verleend in deze zaak zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen;
Overwegende, dat bij de uitspraak, waarvan beroep, de bovenvermelde aanslag, berekend naar een belastbaar bedrag van f * met inachtneming van een aftrek elders belast van f * en zonder verrekening van voorheffingen, is gehandhaafd;
Overwegende, dat belanghebbende in beroep vermindering van de aanslag verzoekt primair tot een, berekend
naar een belastbaar bedrag van f * met inachtneming van een aftrek elders belast van f * (ongewijzigd), maar met verrekening van f * Australische bronbelasting en subsidiair tot een berekend naar een belastbaar bedrag van f * met een aftrek elders belast van f * (ongewijzigd), terwijl de inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak;
Overwegende, dat op grond van de stukken het volgende als voor dit geding vaststaand kan worden aangemerkt:
1.1. Belanghebbende heeft op 14 maart 1989 alle geplaatste aandelen in *A Ltd, een in Australië gevestigde vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, overgenomen voor een bedrag van £ *.
1.2. In 1989 heeft *A Ltd aan belanghebbende A$ * dividend uitgekeerd. Op dit dividend is 15% Australische bronbelasting ingehouden (f *).
1.3. Belanghebbende heeft het uitgekeerde dividend als meegekocht dividend in mindering gebracht op de kostprijs van haar deelneming in *A Ltd;
Overwegende, dat het tussen partijen bestaande geschil de vragen betreft
1) of de Australische bronbelasting ten bedrage van f * op grond van artikel 23 van Pro het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Australi-ë en Nederland van 17 maart 1976, gewijzigd bij protocol van 30 juni 1986 (hierna: het Verdrag) kan worden verrekend met de door belanghebbende verschuldigde vennootschapsbelasting en, zo neen,
2) of de Australische bronbelasting bij de bepaling van belanghebbendes winst als een kostenpost in aanmerking kan worden genomen;
Overwegende, dat de door partijen voor hun standpunten aangevoerde gronden in de stukken zijn vermeld;
Overwegende omtrent het geschil:
2.1. Goed koopmansgebruik schrijft voor dat belanghebbende het meegekochte Australische dividend op de kostprijs van haar deelneming in *A Ltd in mindering brengt.
2.2. Vorenstaand oordeel brengt mede dat het op de aandelen *A Ltd uitgekeerde dividend niet tot een vermindering van de Nederlandse vennootschapsbelasting kan leiden (vergelijk het arrest van de Hoge Raad, d.d. 26 november 1986, nr. 23 577, BNB 1987/73).
2.3. Goed koopmansgebruik brengt tevens met zich dat de kostprijs van belanghebbendes deelneming in *A Ltd verhoogd wordt met de ingehouden Australische bronbelasting en dat deze belasting in 1989 niet als kostenpost bij de winstbepaling in aanmerking komt.
2.4. De Resolutie van 13 augustus 1981, nr. 081-1454 (BNB 1981/275), laatstelijk gewijzigd bij Resolutie van
23 december 1991, nr. IFZ 91/333 (BNB 1992/52) doet niet af aan het onder 2.3. gegeven oordeel. De toepassing van deze regeling blijft blijkens paragraaf 2, eerste volzin, slot, immers beperkt tot belasting, welke het andere land mag heffen ter zake van dividenden die door een lichaam van dat land aan inwoners van Nederland worden betaald en die in de grondslag van de Nederlandse belastingheffing zijn begrepen. Dat laatste is hier niet het geval.
2.5. Het beroep van belanghebbende is ongegrond.
2.6. Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken;
Recht doende:
Bevestigt de uitspraak waarvan beroep.
Aldus gedaan op 19 april 1996 te Arnhem door mr N.E. Haas, raadsheer, als voorzitter, mr Matthijssen en mr drs F.J.P.M. Haas, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Kets als griffier, zijnde de griffier verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.
(N.E. Haas)
De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op
19 april 1996.
[Zie ook arrest HR nummer 32439 (red.)]