ECLI:NL:GHARN:1997:AA1196
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Matthijssen
- Vester
- Rechtspraak.nl
Huuropbrengsten panden kwalificeren als inkomsten uit vermogen en niet als winst uit onderneming
In deze zaak stond centraal de vraag of de huuropbrengsten van een aantal panden die belanghebbende in eigendom had, moesten worden aangemerkt als winst uit onderneming dan wel als inkomsten uit vermogen. Belanghebbende had de panden verbouwd en verhuurde kamers, appartementen en winkels. De inspecteur kwalificeerde de huuropbrengsten als winst uit onderneming, terwijl belanghebbende stelde dat het normale vermogensbeheer betrof.
Het hof nam de eerdere overwegingen van de Hoge Raad over, die stelde dat het oordeel van het hof in eerste aanleg berustte op een onjuiste rechtsopvatting door niet te beoordelen of de werkzaamheden meer omvatten dan normaal vermogensbeheer. Het hof concludeerde dat de werkzaamheden zoals het innen van huur, oplossen van huurdersproblemen en schoonhouden van gemeenschappelijke ruimtes niet meer waren dan wat bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is.
De verbouwing van de panden was in 1987 grotendeels afgerond, en de werkzaamheden in 1988 betroffen voornamelijk beheeractiviteiten. Het hof oordeelde dat de huuropbrengsten daarom niet tot winst uit onderneming konden worden gerekend. Tevens werd de aanslag en heffingsrente verminderd tot nihil en werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De huuropbrengsten worden aangemerkt als inkomsten uit vermogen, aanslag en heffingsrente worden verminderd tot nihil en proceskosten worden aan belanghebbende toegekend.