ECLI:NL:GHARN:1998:AA1090
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- J. Lamens
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van loonheffing en verrekening inkomstenbelasting 1995
Belanghebbende, directeur en enige werknemer van *A BV, betwistte de aanslag inkomstenbelasting 1995 waarbij loonheffing over het eerste kwartaal van 1995 niet werd verrekend. De werkgever had geen aangifte of afdracht gedaan van loonheffing over dat kwartaal, ondanks dat een schuld van ƒ 11.622,– vaststond. Belanghebbende stelde dat hij een aparte bankrekening had geopend om loonheffing af te zonderen, maar dit was onvoldoende gebleken.
De inspecteur handhaafde de aanslag, waarbij alleen loonheffing over de overige kwartalen werd verrekend. Het hof oordeelde dat het niet voldeed aan de verplichting tot inhouding en afdracht van loonheffing. De enkele berekening van de schuld en het openen van een parkeerrekening vormden geen bewijs van afzondering met het oogmerk tot afdracht. Belanghebbende had als verantwoordelijke voor de administratie moeten weten dat de loonheffing niet was afgedragen.
Het hof verwierp het beroep en bevestigde de aanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt de verplichting van inhoudingsplichtigen om zelf tijdig aangifte te doen en loonheffing af te dragen, zonder te mogen wachten op aangiftebiljetten van de belastingdienst.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1995 wordt bevestigd zonder verrekening van loonheffing over het eerste kwartaal.