ECLI:NL:GHARN:1998:AA1114
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Matthijssen
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke behandeling van inleggeld bij mestafzetovereenkomst in veehouderij
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote en anderen, exploiteert een veehouderij in maatschapverband en sloot in 1994 een tienjarige mestafzetovereenkomst met Stichting Mestbureau Oost (MBO). Hierbij werd een inleggeld betaald, dat door belanghebbende als renteloze achtergestelde lening was aangemerkt en tot nihil was afgewaardeerd bij de winstbepaling over 1994.
Het geschil betrof de fiscale behandeling van dit inleggeld bij de winstbepaling. Het hof stelde vast dat het inleggeld niet als bedrijfsmiddel kwalificeert en niet recht geeft op investeringsaftrek. Het inleggeld kan alleen bij liquidatie van het MBO worden teruggevorderd, maar een liquidatie was niet aannemelijk.
Het hof oordeelde dat het inleggeld moet worden gezien als een vooruitbetaalde kostenpost die geactiveerd dient te worden en over de looptijd van de overeenkomst ten laste van de winst moet worden gebracht. Dit leidde tot een correctie van het belastbaar inkomen over 1991 en een gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag over 1991 door het inleggeld als vooruitbetaalde kosten te activeren en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.