ECLI:NL:GHARN:1998:AA1207
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting wegens ontslagvergoeding en kwijtschelding
Belanghebbende was tot 1991 in dienst bij een BV en startte in 1990 een eigen assurantiekantoor, waarbij hij een portefeuille overnam. Er ontstond een arbeidsconflict en onderhandelingen over een ontslagvergoeding en een kwijtschelding van een vordering van de BV aan belanghebbende. Belanghebbende stelde dat de ontslagvergoeding gebruteerd moest worden en dat loonheffing had moeten worden ingehouden door de BV.
De inspecteur handhaafde de aanslag inkomstenbelasting over 1994, waarin zowel de ontslagvergoeding als het kwijtgescholden bedrag tot de inkomsten uit arbeid werden gerekend. Belanghebbende ging in beroep bij het hof, stellende dat het kwijtgescholden bedrag niet belastbaar was en dat de ontslagvergoeding lager belast moest worden door brutering.
Het hof oordeelde dat de kwijtschelding verband hield met de dienstbetrekking en terecht als inkomen werd belast. Belanghebbende slaagde er niet in te bewijzen dat de vordering niet voor verwezenlijking vatbaar was. Ook mocht belanghebbende de ontslagvergoeding niet bruteren voor belastingheffing. De aanslag werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.