ECLI:NL:GHARN:1998:AA1244
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- F.J.P.M. Haas
- Vester
- Rechtspraak.nl
Geschil over heffingsgrondslag overdrachtsbelasting bij aankoop perceel industrieterrein
Belanghebbende verwierf op 11 februari 1988 een perceel dat bestemd was als industrieterrein. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, waarbij de heffingsgrondslag hoger werd vastgesteld dan de aankoopprijs. Belanghebbende stelde dat het perceel op dat moment nog als weiland moest worden beschouwd en dat rekening gehouden moest worden met de kosten van bouwrijp maken.
Het hof oordeelde dat het perceel op het moment van aankoop als industrieterrein moest worden gewaardeerd, omdat het bestemmingsplan vrijwel definitief was en de gemeente en belanghebbende geen twijfel hadden over de bestemming. De waarde werd vastgesteld op ƒ 2.500.000,– minus de kosten van bouwrijp maken van ƒ 685.180,–, wat resulteerde in een heffingsgrondslag van ƒ 1.814.820,–.
De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot ƒ 108.889,– en de verhoging geheel kwijtgescholden. Daarnaast werden de proceskosten van belanghebbende toegewezen conform het Besluit proceskosten fiscale procedures. Het hof volgde daarbij de eerdere overwegingen van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch en het arrest van de Hoge Raad, en verwierp het verweer dat het perceel niet als bouwrijp kon worden aangemerkt.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is verminderd tot ƒ 108.889,– en de verhoging is kwijtgescholden.