ECLI:NL:GHARN:1998:AA1250
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996 wegens onjuiste aangifte investeringsaftrek
Belanghebbende exploiteerde vanaf 1 januari 1996 samen met haar echtgenoot een vennootschap onder firma voor assurantiebemiddeling en advies. Bij de aangifte inkomstenbelasting 1996 kruiste zij onterecht het vakje aan voor investeringsbijdragen en claimde investerings- en vermogensaftrek, terwijl zij hier geen recht op had. De aangifte bevatte een openingsbalans met een post inventaris ter waarde van ƒ 5.150.
De belastingdienst verwerkte de aangifte zonder inhoudelijke toetsing en stelde een primitieve aanslag vast waarbij het belastbare inkomen op ƒ 14.068 werd vastgesteld, maar investerings- en vermogensaftrek niet werden verwerkt. De inspecteur stelde een navorderingsaanslag vast wegens onjuiste aangifte. Belanghebbende werd niet gehoord tijdens de mondelinge behandeling, hoewel zij was opgeroepen.
Het hof oordeelde dat de onjuiste vaststelling van de aanslag niet het gevolg was van een fout van de inspecteur, maar van de onjuiste aangifte van belanghebbende. Ook zonder nieuw feit is navordering mogelijk. Belanghebbendes beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996 wegens onjuiste aangifte en verklaart het beroep ongegrond.