ECLI:NL:GHARN:1998:AA1339
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WOZ-waarde woning voor vermogensbelasting 1996
Belanghebbende had bij de aangifte vermogensbelasting 1996 een lagere waarde van zijn woning opgegeven dan de inspecteur aannemelijk achtte. De woning, gelegen in een villapark, was volgens belanghebbende ƒ 218.000 waard, gebaseerd op een WOZ-beschikking van 1997 en een opslag van 15%. De inspecteur stelde dat de waarde per 1 januari 1996 eerder ƒ 300.000 bedroeg, mede gelet op verkoopprijzen van vergelijkbare woningen in het villapark.
Het hof oordeelde dat de WOZ-waarde niet bindend is voor de vermogensbelasting over 1996, omdat de WOZ-beschikking betrekking had op latere jaren en de informatiecampagne van de belastingdienst alleen voor 1997 gold. De door belanghebbende aangevoerde lagere waarde werd niet als voldoende onderbouwd geaccepteerd.
Op basis van koop-/aannemingsovereenkomsten, verkoopprijzen van vergelijkbare woningen en andere feiten concludeerde het hof dat de waarde van de woning per 1 januari 1996 ƒ 300.000 bedroeg. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de door de inspecteur vastgestelde waarde van ƒ 300.000,– voor de woning in 1996.