ECLI:NL:GHARN:1998:AA1340
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurkosten bedrijfspand als nagekomen bedrijfslast bij staking onderneming
Belanghebbende exploiteerde tot 25 februari 1994 een café in een pand aan de A-weg te Z. Het bedrijfsgedeelte werd sinds 1984 gehuurd van zijn vader, aanvankelijk voor vijf jaar en vanaf 1989 verlengd voor tien jaar. De huurprijs bedroeg ƒ 6.000 per jaar. Na staking van de onderneming in 1994 bleef belanghebbende verplicht de huur te betalen.
De kern van het geschil was of de betaalde huur na staking als nagekomen bedrijfslast in aanmerking mocht worden genomen. De inspecteur betwistte dit, maar stelde niet dat de huurovereenkomst om niet-zakelijke redenen was verlengd of dat rekening gehouden moest worden met een vroegtijdige staking.
Het hof oordeelde dat de verplichtingen uit de huurovereenkomst voortvloeiden uit zakelijke beslissingen in het kader van de onderneming en dat belanghebbende zich redelijkerwijs niet aan deze verplichtingen kon onttrekken. De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat privé-overwegingen een rol speelden bij de voortzetting van het contract.
De huurvoorwaarden waren mogelijk gunstiger dan zakelijk gebruikelijk, maar dit weerhield het hof er niet van de betaalde huur als bedrijfslast te erkennen. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en het belastbaar inkomen aangepast.
Uitkomst: De betaalde huur voor het bedrijfsgedeelte na staking van de onderneming wordt als nagekomen bedrijfslast erkend, waardoor het belastbaar inkomen wordt verminderd.