ECLI:NL:GHARN:1999:AA1364
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Röben
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting 1989 wegens geen onzakelijke uitdeling rekening-courantvordering
In deze zaak stond de vraag centraal of de toename van de rekening-courantvordering van de Nederlandse vennootschap D-2 BV op de Duitse vennootschap D-3 GmbH in 1989, dan wel de daarop verrichte afwaardering, als een uitdeling aan belanghebbende X moest worden aangemerkt. De inspecteur had de aanslag inkomstenbelasting 1989 opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ruim ƒ 2,9 miljoen, met een boete en heffingsrente.
Belanghebbende X voerde aan dat de rekening-courantverhouding zakelijk was en dat de Duitse en Nederlandse ondernemingen als één geheel moesten worden beschouwd. Tevens stelde hij dat de verliezen in Duitsland voortkwamen uit marktomstandigheden en dat de transacties in 1990 bedoeld waren om de Duitse vennootschap financieel gezond te maken. De inspecteur betoogde dat de toename van de vordering en de afwaardering onzakelijk waren en als uitdeling moesten worden gezien.
Het hof stelde vast dat de Duitse activiteiten een strategische uitbreiding van de Nederlandse onderneming vormden en dat de omzet en rekening-courantvordering in 1989 verklaard konden worden door de bedrijfsvoering en projectafrekeningen. De inspecteur had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de rekening-courant onzakelijk was of dat sprake was van een uitdeling. Ook de afboeking van de vordering leidde niet tot een uitdeling.
Daarom vernietigde het hof de bestreden uitspraak en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 1.419.934,–. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1989 wordt verminderd omdat geen sprake is van een onzakelijke uitdeling.