ECLI:NL:GHARN:1999:AA1381
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over proceskostenvergoeding na intrekking beroep in belastingzaak
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een aanslag landinrichtingsrente voor 1997, maar trok dit beroep in na toezegging van de inspecteur dat het beroep inhoudelijk zou worden afgehandeld overeenkomstig een verwante zaak. Tegelijkertijd verzocht belanghebbende het hof om de inspecteur te veroordelen in de proceskosten.
Het hof stelde vast dat de toezegging van de inspecteur een tegemoetkoming inhoudt en dat het beroep was gericht tegen een niet-ontvankelijkverklaring. De inspecteur erkende dat deze niet-ontvankelijkverklaring mogelijk onjuist was. Het hof overwoog dat de wetgever niet verplicht is tot volledige proceskostenvergoeding en dat het recht op een eerlijke behandeling dit ook niet eist.
Verder oordeelde het hof dat het gelijkheidsbeginsel niet vereist dat proceskostenvergoeding voor ondernemers die geen recht op aftrek van omzetbelasting hebben hoger moet zijn dan voor ondernemers die dat wel hebben. De regeling in het Besluit proceskosten Wscale is niet in strijd met hogere regelgeving. Het hof vond geen bijzondere omstandigheden om af te wijken van de standaard berekening van proceskostenvergoeding.
Uiteindelijk veroordeelde het hof de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende ad ƒ 532,50, te vergoeden door de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende ad ƒ 532,50.