ECLI:NL:GHARN:1999:AA1389
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- Lamens
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting na levering en verbouwing onroerend goed
Belanghebbende, een BV opgericht in 1985 en actief in handel en exploitatie van onroerende zaken, kocht in 1990 een pand met vrijstelling van omzetbelasting. Tussen 1990 en 1992 gebruikte een bevriende relatie het pand zonder vergoeding als opslagruimte. In 1993 liet belanghebbende het pand verbouwen en uitbreiden, waarbij de kosten van ƒ 63.442 exclusief omzetbelasting werden geactiveerd en de voorbelasting van ƒ 11.277 in aftrek gebracht.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op wegens onterechte aftrek van deze omzetbelasting, stellende dat het eerste feitelijke gebruik van het pand plaatsvond bij de levering met vrijstelling aan een derde eind 1993, en dit gebruik afweek van de oorspronkelijke bestemming. Belanghebbende betwistte dit en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad.
Het Hof oordeelde dat de verbouwingskosten inderdaad als kosten van verbouwing en uitbreiding moesten worden gezien en dat het pand ultimo 1993 voor het eerst feitelijk werd gebruikt in de zin van de Wet op de omzetbelasting. Het marginale gebruik door de bevriende relatie werd genegeerd. Daarom was belanghebbende de belasting van ƒ 11.277 verschuldigd op het moment van levering met vrijstelling. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.