ECLI:NL:GHARN:1999:AA1406
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening arbeidsbeloning aan meewerkende echtgenote burgemeester
Belanghebbende, burgemeester te *Z, had voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen op een belastbaar inkomen van ƒ 99.896,--. Hij had bezwaar gemaakt tegen de aanslag, waarbij het geschil vooral ging over de toerekening van een arbeidsbeloning van ƒ 19.200,-- aan zijn meewerkende echtgenote. De Inspecteur had de aanslag gehandhaafd en stelde dat de werkzaamheden van de echtgenote niet boven de gebruikelijke wederzijdse hulp en bijstand tussen echtgenoten uitkwamen, behalve enkele uitzonderingen.
Tijdens de zitting op 26 mei 1999 heeft het hof vastgesteld dat het gebruikelijk is dat echtgenoten elkaar ondersteunen door telefoontjes aan te nemen, mededelingen door te geven en elkaar te vergezellen bij officiële gelegenheden. De omvang van deze hulp hangt mede af van de functie van de ondersteunde echtgenoot. Het hof oordeelde dat de werkzaamheden van de echtgenote binnen deze gebruikelijke hulp vielen en dus niet als arbeidsbeloning konden worden toegerekend.
De Inspecteur had de omvang van de gebruikelijke hulp op 33% gesteld, waardoor slechts 67% van de ƒ 19.200,-- als arbeidsbeloning kon worden gezien. Omdat het bedrag van de zuivere inkomsten niet voldeed aan de wettelijke eis van tweemaal de basisaftrek, kon belanghebbende geen recht doen gelden op de aftrekregeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.