ECLI:NL:HR:2001:AA9619
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over beloning echtgenote burgemeester en verwijst voor nieuw onderzoek
Belanghebbende, burgemeester met negentien onbezoldigde nevenfuncties, betaalde zijn echtgenote een maandelijkse beloning voor diverse ondersteunende werkzaamheden. Hij bracht deze kosten in aftrek bij zijn aangifte inkomstenbelasting 1994 en verzocht om toepassing van artikel 5, lid 7, Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Hof Arnhem oordeelde dat een derde van de werkzaamheden van de echtgenote binnen de gebruikelijke wederzijdse hulp tussen echtgenoten viel, waardoor aftrek niet mogelijk was. Het Hof baseerde dit mede op de stelling dat de werkzaamheden vooral verband hielden met onbezoldigde nevenfuncties, niet met het bezoldigde burgemeestersambt.
De Hoge Raad stelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het onderscheid tussen bezoldigde en onbezoldigde werkzaamheden relevant is voor de beoordeling of de werkzaamheden buiten de gebruikelijke hulp vallen. Omdat het Hof ook stelde dat de nevenfuncties voortvloeien uit het burgemeestersambt, concludeerde de Hoge Raad dat de werkzaamheden wel ten behoeve van de ambtsvervulling waren verricht.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een volledige herbeoordeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot betaling van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Arnhem en verwijst zaak voor volledige herbeoordeling naar Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.