ECLI:NL:GHARN:1999:AA1428
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Matthijssen
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1994 wegens niet-toegestane voorziening eigen risico ziekteverzuim
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote eigenaar van een aannemersbedrijf annex architectenbureau, vormde een voorziening voor het eigen risico van doorbetaling van loon bij ziekte van werknemers. De inspecteur stelde dat deze voorziening niet toegestaan was omdat het risico niet in belangrijke mate verzekerd werd in de bedrijfstak, en corrigeerde het belastbaar inkomen dienovereenkomstig.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende een assurantiereserve eigen risico mocht vormen of een voorziening op basis van artikel 9 Wet Pro IB 1964. Het hof oordeelde dat het verzekeringsgedrag in de bedrijfstak beslissend is en dat uit rapporten van de FIOD bleek dat het risico van doorbetaling van loon bij ziekte in 1994 niet in belangrijke mate werd verzekerd in de sector van belanghebbende.
Verder werd geoordeeld dat de voorziening niet kon worden toegerekend aan feiten en omstandigheden die zich in de periode voorafgaande aan de balansdatum hadden voorgedaan, noch dat er sprake was van een gelijkmatige kostenverdeling. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1994 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.