ECLI:NL:GHARN:1999:AA4865
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- F.J.P.M. Haas
- Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling willekeurige afschrijving bedrijfsmiddelen door startende tandarts
Belanghebbende, een tandarts die in 1995 zijn praktijk is gestart na verzelfstandiging van een eerdere loondienst, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 1996. Hij wilde de aanschaffingskosten van bedrijfsmiddelen willekeurig afschrijven, wat de inspecteur weigerde. Het geschil betrof de uitleg en toepassing van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, met name artikel 10 en Pro 10a, en de ministeriële regeling voor willekeurige afschrijving.
Het hof oordeelde dat de regeling voor willekeurige afschrijving voor startende ondernemers pas met ingang van 1 januari 1996 geldt, zodat voor investeringen in 1995 geen willekeurige afschrijving mogelijk is. De wetgever heeft bewust gekozen voor deze datum om terugwerkende kracht te voorkomen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel door belanghebbende werd verworpen, omdat ondernemers die in verschillende jaren starten feitelijk en juridisch niet gelijk zijn.
Het hof bevestigde de uitspraak van de inspecteur en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 22 december 1999 door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van de startende tandarts tegen de weigering van willekeurige afschrijving wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.