ECLI:NL:GHARN:2000:AA5066
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens betaling bon
Belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag parkeerbelasting voor het parkeren op 6 augustus 1997. Zij stelde dat zij een parkeerbon had gekocht en deze duidelijk zichtbaar achter de voorruit had gelegd. Ter onderbouwing overhandigde zij een kopie van het parkeerkaartje.
De ambtenaar overhandigde een proces-verbaal van de parkeercontroleur waarin werd gesteld dat de bon niet zichtbaar was. Het hof hechtte geloof aan het proces-verbaal, waardoor de stelling dat het kaartje zichtbaar was werd weersproken.
Echter, op grond van artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen is naheffing alleen mogelijk indien de belasting niet is betaald. Het hof oordeelde dat het proces-verbaal niet weerlegt dat belanghebbende de belasting had voldaan door aankoop van de bon. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd.
Er werden geen proceskosten toegekend omdat geen sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand of andere kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Het gerechtshof gelastte de ambtenaar het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd omdat belanghebbende de belasting heeft betaald.