ECLI:NL:GHARN:2000:AA5465

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
2 februari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
97-21901
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 1 onderdeel a Wet op de omzetbelasting 1968Art. 11 lid 1 onderdelen i en j Wet op de omzetbelasting 1968Art. 13B onderdeel d Zesde richtlijn inzake omzetbelastingArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting voor koopoptie op onroerende zaak

Belanghebbende, een fiscale eenheid, had in 1992 een overeenkomst gesloten met een samenwerkingsverband waarbij zij een koopoptie verleende op percelen grond. In het betreffende naheffingstijdvak ontving belanghebbende een optievergoeding van f. 207.187,50. De Inspecteur legde hierover een naheffingsaanslag omzetbelasting van 17,5% op, wat neerkwam op f. 36.257.

Belanghebbende liet haar aanvankelijke standpunt vallen dat de overeenkomst een levering betrof en erkende dat de vergoeding een tegenprestatie voor een dienst was. Het geschil betrof de vraag of deze dienst vrijgesteld was van omzetbelasting onder de Zesde richtlijn of de Wet op de omzetbelasting 1968.

Het hof oordeelde dat het verlenen van een koopoptie op onroerende zaken geen prestatie is die valt onder de vrijstellingen voor financiële prestaties zoals genoemd in de Zesde richtlijn en de Wet op de omzetbelasting. De Staatssecretaris van Financiën had in eerdere besluiten deze vrijstellingen beperkt tot effecten en waardepapieren, niet tot onroerende zaken.

Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde de naheffingsaanslag. Er werden geen proceskosten toegewezen omdat geen gronden daarvoor aanwezig waren. De uitspraak werd mondeling gedaan op 2 februari 2000 te Arnhem door raadsheer F.J.P.M. Haas.

Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting over de optievergoeding wordt bevestigd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
Zevende enkelvoudige belastingkamer
nummer 97/21901
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : de fiscale eenheid V.O.F.*X BV
te : *Z
ambtenaar : de Inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen *P
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar tegen een naheffingsaanslag
nummer : *F.01
soort belasting : omzetbelasting
tijdvak : van 1 januari 1992 tot en met 31 december 1994
mondelinge behandeling : op 19 januari 2000 te Arnhem door mr. drs. F.J.P.M. Haas, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. Snoijink als griffier
waarbij verschenen : belanghebbendes gemachtigde, alsmede de Inspecteur
gronden:
1. Belanghebbende heeft in 1992 met het Samenwerkingsverband *A een overeenkomst gesloten waarbij zij aan *A een koopoptie verleende op haar toebehorende percelen grond.
2. Op grond van de overeenkomst heeft belanghebbende in het naheffingstijdvak een optievergoeding ontvangen van in totaal f. 207.187,50. Ter zake van deze vergoeding heeft de Inspecteur 17,5% van f. 207.187,50 = f. 36.257 aan belasting nageheven.
3. Belanghebbende heeft haar aanvankelijk primair ingenomen standpunt inhoudende dat door het sluiten van de overeenkomst een levering heeft plaatsgevonden in de zin van artikel 11, lid 1, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968, laten vallen. Ook in de visie van belanghebbende moet de ontvangen vergoeding worden beschouwd als de tegenprestatie voor een geleverde dienst. Dit standpunt is juist.
4. Het aangaan van een overeenkomst als de onderhavige overeenkomst van optieverlening waarbij de ene partij tegen betaling van een vergoeding het recht verwerft binnen een bepaald tijdvak een bepaalde onroerende zaak te kopen voor een nu reeds vastgestelde koopsom, is geen prestatie in de zin van artikel 13B, onderdeel d, van de Zesde richtlijn inzake omzetbelasting of van artikel 11, lid 1, onderdeel i of j, van gemelde wet. In de door belanghebbende aangevoerde besluiten van de Staatssecretaris van Financiën van 25 juli 1979, nr. 279-12007 (BTW-13, herdrukt 15 april 1981, nr. 281-5374) en van 14 maart 1983, nr. 283-3331 (BTW-94), wordt ingegaan op gemeld onderdeel i, onder 2, maar wordt de werking van die bepaling niet uitgebreid tot andere objecten dan de in die bepaling genoemde effecten en andere waardepapieren. Ook in het besluit van genoemde staatssecretaris van 24 april 1996, nr. VB 96/1157, wordt geen uitbreiding gegeven aan de werkingssfeer van de in de onderdelen i en j opgenomen vrijstellingen voor financiële prestaties. Niet valt in te zien waarom (gelijk belanghebbende stelt) op grond van het gelijkheidsbeginsel ook het verlenen van een koopoptie op een onroerende zaak - een wezenlijk andere dienst dan een van de prestaties bedoeld in de gemelde onderdelen i en j - zou moeten worden vrijgesteld.
5. De naheffing heeft terecht plaatsgevonden, het beroep is ongegrond.
proceskosten:
Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het Hof geen termen aanwezig.
beslissing:
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2000 te Arnhem door mr. drs. F.J.P.M. Haas, raadsheer, lid van de zevende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Snoijink als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van voormelde kamer,
(W.J.N.M. Snoijink) (F.J.P.M. Haas)
Afschriften aangetekend per post verzonden op: 2 februari 2000
Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak het Gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Van de verzoeker wordt een griffierecht van ƒ 150 geheven.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het Gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.