ECLI:NL:GHARN:2000:AA5465
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting voor koopoptie op onroerende zaak
Belanghebbende, een fiscale eenheid, had in 1992 een overeenkomst gesloten met een samenwerkingsverband waarbij zij een koopoptie verleende op percelen grond. In het betreffende naheffingstijdvak ontving belanghebbende een optievergoeding van f. 207.187,50. De Inspecteur legde hierover een naheffingsaanslag omzetbelasting van 17,5% op, wat neerkwam op f. 36.257.
Belanghebbende liet haar aanvankelijke standpunt vallen dat de overeenkomst een levering betrof en erkende dat de vergoeding een tegenprestatie voor een dienst was. Het geschil betrof de vraag of deze dienst vrijgesteld was van omzetbelasting onder de Zesde richtlijn of de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het hof oordeelde dat het verlenen van een koopoptie op onroerende zaken geen prestatie is die valt onder de vrijstellingen voor financiële prestaties zoals genoemd in de Zesde richtlijn en de Wet op de omzetbelasting. De Staatssecretaris van Financiën had in eerdere besluiten deze vrijstellingen beperkt tot effecten en waardepapieren, niet tot onroerende zaken.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde de naheffingsaanslag. Er werden geen proceskosten toegewezen omdat geen gronden daarvoor aanwezig waren. De uitspraak werd mondeling gedaan op 2 februari 2000 te Arnhem door raadsheer F.J.P.M. Haas.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting over de optievergoeding wordt bevestigd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.