ECLI:NL:GHARN:2000:AA6544
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J. Matthijssen
- F.J.P.M. Haas
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag successierecht na vaststelling pachtovereenkomst onroerende zaak
Belanghebbende en haar broer maakten bezwaar tegen aanslagen successierecht die waren gebaseerd op een hogere waarde van een onroerende zaak uit de nalatenschap. Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
Het geschil betrof de kwalificatie van een overeenkomst tussen erflater en erfgenaam A over een onroerende zaak bestaande uit een woonhuis met bijbehorende grond en opstallen. Belanghebbende stelde dat deze overeenkomst een pachtovereenkomst was in de zin van de Pachtwet, hetgeen door de Inspecteur niet concreet werd betwist.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst inderdaad als pachtovereenkomst moet worden aangemerkt, waardoor de waarde van de onroerende zaak in verpachte staat moet worden gehanteerd. Dit leidde tot een lagere waarde van de verkrijging en dus een vermindering van de aanslag successierecht.
De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door mr. T.J. Matthijssen, mr.drs. F.J.P.M. Haas en mr. J.P.M. Kooijmans op 5 april 2000 te Arnhem.
Uitkomst: De aanslag successierecht wordt verminderd tot een verkrijging van ƒ 496.588 wegens kwalificatie van de overeenkomst als pachtovereenkomst.