ECLI:NL:GHARN:2000:AA7292

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
30 augustus 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00/431
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3d ZiekenfondswetArt. 6:18 AwbArt. 6:19 AwbArt. 7:11 AwbArt. 76 Ziekenfondswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking Ziekenfondswet wegens onjuiste procedure bij bezwaar

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof Arnhem op 30 augustus 2000 uitspraak gedaan over een geschil tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst inzake een beschikking op grond van de Ziekenfondswet.

De inspecteur had een beschikking van 9 november 1999 herroepen en vervangen door een nieuw besluit van 20 januari 2000, waarbij gebruik werd gemaakt van een wetswijziging die pas op 1 januari 2000 in werking trad. Het hof oordeelde dat de heroverweging door de inspecteur niet bedoeld is om achteraf rechtsgeldigheid aan een eerder genomen beschikking te verlenen zonder de bezwaarprocedure te doorlopen.

Het hof stelde vast dat het beroepschrift van belanghebbende moet worden aangemerkt als een bezwaarschrift tegen een voor bezwaar vatbare beschikking en vernietigde zowel de uitspraak van de inspecteur als de oorspronkelijke beschikking. Tevens werd de inspecteur opgedragen om op het bezwaarschrift een uitspraak te doen conform de juiste procedure. Het griffierecht dat belanghebbende had betaald, werd aan hem terugbetaald.

De overige grieven van belanghebbende werden niet inhoudelijk behandeld omdat de eerste grief gegrond werd verklaard. De procedurekosten werden niet toegewezen omdat geen bewijs van professionele rechtsbijstand of andere kosten was geleverd.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beschikking en gelast de inspecteur een nieuwe uitspraak op het bezwaarschrift te doen.

Uitspraak

WS
Gerechtshof Arnhem
eerste meervoudige belastingkamer
nr. 00/431
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X
te : Z
verweerder : de inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen/Landelijk punt uitvoering heffing Ziekenfondswet voor zelfstandigen P
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen beschikking houdende een verklaring als bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Ziekenfondswet (tekst vanaf 1 januari 2000)
mondelinge behandeling : op 16 augustus 2000 te Arnhem door mr N.E. Haas, vice-president, mr drs F.J.P.M. Haas en mr Kooijmans, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als griffier
waarbij verschenen : de inspecteur van de Belastingdienst/Onder-nemingen Q
waarbij niet verschenen : belanghebbende, hoewel overeenkomstig de wet opgeroepen aan het uit het beroepschrift bekende adres bij aangetekende brief van 6 juli 2000, die blijkens de retourkaart is uitgereikt op 7 juli 2000
gronden:
1. De inspecteur heeft in de aangevallen uitspraak van 20 januari 2000 de beschikking van 9 november 1999 herroepen en in plaats daarvan een nieuw besluit genomen.
2. De beschikking van 9 november 1999 is door de inspecteur herroepen omdat zij is genomen op de voet van een eerst op 1 januari 2000 in werking getreden wetsbepaling (artikel 3d, tweede lid, van de Ziekenfondswet).
3. De heroverweging als bedoeld in de artikelen 6:18 en 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is niet bedoeld om de inspecteur in de gelegenheid te stellen aan een beschikking, genomen toen de wijziging van de Ziekenfondswet bij de wet van 28 oktober 1999, Stb. 461, nog niet in werking was getreden, na bezwaar alsnog rechtsgeldigheid te verlenen en daarbij met betrekking tot dat nadere besluit de bezwaarfase over te slaan.
4. De artikelen 6:18, 6:19 en 7:11 van de Awb brengen ook overigens niet met zich dat de inspecteur in een geval als het onderhavige bij uitspraak op bezwaar een beslissing neemt die rechtstreeks voor beroep vatbaar is, als zo'n beslissing volgens de wettelijke regels (indien de vorenbedoelde bepalingen buiten beschouwing worden gelaten) dient te worden genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een ander oordeel zou onder meer neerkomen op het openen van de mogelijkheid van prorogatie, wat de wetgever in de procedure in belastingzaken - die ingevolge artikel 76 van Pro de Ziekenfondswet van toepassing is - uitdrukkelijk niet heeft gewild.
5. Het hof is dan ook van oordeel dat het beroepschrift van belanghebbende voor zover dat is gericht tegen het onder 1 bedoelde nieuwe besluit, is aan te merken als een bezwaarschrift tegen een voor bezwaar vatbare beschikking.
6. Belanghebbendes eerste grief is gegrond. De overige grieven behoeven geen behandeling.
proceskosten:
In beroep is niet gebleken van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en ook overigens niet van kosten die volgens artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht kunnen worden begrepen in een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van Pro de Awb.
beslissing:
Het gerechtshof:
- vernietigt de uitspraak van de inspecteur;
- vernietigt de beschikking van 9 november 1999;
- verstaat dat de inspecteur op het als bezwaarschrift tegen de beschikking van 20 januari 2000 aan te merken beroepschrift uitspraak zal doen;
- gelast de inspecteur aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van ¦ 60,- te vergoeden.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 30 augustus 2000 door mr N.E. Haas voornoemd in tegenwoordigheid van mevrouw Vermeulen-Post als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, De voorzitter van de voormelde kamer,
(I.B. Vermeulen-Post) (N.E. Haas)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 30 augustus 2000
Ieder van de partijen kan het hof binnen vier weken na de verzenddatum van proces-verbaal van deze uitspraak schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het hof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Van de verzoeker wordt een griffierecht geheven, dat voor de belanghebbende ¦ 80 en voor de verweerder ¦ 315 bedraagt.
Het door de belanghebbende ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.