ECLI:NL:GHARN:2000:AE9745
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Van Raalte
- Smeeïng-Van Hees
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schuldsaneringsregeling wegens schuld uit seksueel misbruik
In deze zaak is appellant X. in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle waarin zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De kern van het geschil betreft een immateriële schadevergoeding van 5.000 gulden die X. aan zijn dochter moet betalen wegens seksueel misbruik.
X. betwist dat hij niet te goeder trouw is ten aanzien van het ontstaan van deze schuld. Hij stelt dat goede trouw beoordeeld moet worden op het moment van het ontstaan van de schuld en dat hij destijds niet bewust een oninbare schuld is aangegaan. Daarnaast wijst hij erop dat deze schuld slechts een klein deel uitmaakt van zijn totale schuldenlast en dat de overige schulden niet te kwader trouw zijn aangegaan.
Het hof oordeelt dat de schuld voortvloeit uit een misdrijf waarvoor X. strafrechtelijk is veroordeeld op 10 december 1998. Hierdoor is hij niet te goeder trouw ten aanzien van het ontstaan van deze schuld. Bovendien zou toewijzing van de schuldsaneringsregeling tot de onwenselijke situatie leiden dat na afloop van de regeling geen betaling meer aan zijn dochter hoeft plaats te vinden. Daarom bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van de schuldsaneringsregeling wegens schuld uit misdrijf.