ECLI:NL:RBALM:1999:AF0080

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
22 december 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35174 FT RK 99-718
Instantie
Rechtbank Almelo
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.R. van der Winkel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw en detentie

De rechtbank Almelo behandelde op 15 december 1999 het verzoek van een schuldenaar om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De schuldenaar was in het verleden verslaafd aan heroïne en had in 1997 een terugval, waardoor de schulden zijn ontstaan. Tevens was hij veroordeeld tot een gevangenisstraf en was op het moment van de zitting in voorlopige hechtenis op verdenking van diefstal.

De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar niet te goeder trouw was bij het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden, mede gelet op de recente datum van het ontstaan van de schulden. Ook werd overwogen dat de schuldenaar vanwege zijn detentie niet aan de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling zou kunnen voldoen.

Op grond van deze feiten en omstandigheden wees de rechtbank het verzoek af. Dit oordeel geldt ook ten aanzien van de echtgenote, aangezien het om mede huishoudelijke schulden gaat.

De uitspraak werd gedaan door mr. A.R. van der Winkel, lid van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken van de rechtbank Almelo, op 22 december 1999.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw en detentie.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Almelo,
enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken;
X.,
geboren op ...,
wonende te P.,
verzoeker,
heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Het verzoek is behandeld op de terechtzitting van 15 december 1999, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
De beoordeling:
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende:
Op 25 november 1997 is verzoeker door de rechtbank veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden en een ontnemingsvordering van f.10.000,00, te vervangen door 90 dagen hechtenis. In hoger beroep is dit vonnis bekrachtigd. Verzoeker heeft daartegen cassatie ingediend, waarop nog niet is beslist.
Momenteel is verzoeker in voorlopige hechtenis gesteld op verdenking van diefstal.
Ter zitting hebben verzoeker en zijn echtgenote aangegeven dat verzoeker verslaafd is geweest aan heroïne. Verzoeker heeft verteld al lang niet meer te gebruiken; maar wel in 1997 een terugval te hebben gehad. Daardoor zijn toen ook de schulden ontstaan.
Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht stelt de rechtbank vast dat het aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest. Omdat de schulden in een vrij recent verleden zijn ontstaan, kan aan dat feit in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet voorbij gegaan worden.
Bovendien zal verzoeker zich niet aan de (inspanningen) verplichtingen opgelegd in de wettelijke schuldsaneringsregeling kunnen voldoen omdat hij is gedetineerd.
De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen.
De beslissing:
Wijst het verzoek af;
Gewezen door mr. A.R. van der Winkel, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terchtzitting van woensdag 22 december 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.