ECLI:NL:GHARN:2001:AB0490
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof beslist over teruggaaf afvalstoffenheffing en rioolrecht na verhuizing naar buitenland
Belanghebbende deed op 20 april 1999 aangifte van vertrek per 1 mei 1999 naar Duitsland vanaf een adres te Z. Zijn echtgenote was al in februari 1999 uitgeschreven. De gemeente stelde hem op 15 maart 1999 aansprakelijk voor afvalstoffenheffing en rioolrecht over 1999. Na terugkeer in november 1999 schreven zij zich opnieuw in. Belanghebbende verzocht op 2 december 1999 om teruggaaf van heffingen over de periode 1 mei tot 1 november 1999, omdat het huis toen onbewoond was.
De Ambtenaar behandelde dit verzoek als een bezwaarschrift en wees het af wegens termijnoverschrijding. Het Hof oordeelde dat het verzoek een aanvraag was op grond van artikel 242 van Pro de Gemeentewet en dat de termijnoverschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden, omdat belanghebbende niet op de termijn was gewezen. Het Hof stelde vast dat belanghebbende gedurende het hele jaar feitelijk gebruiker was van het perceel voor de afvalstoffenheffing, ondanks het verblijf in het buitenland.
Voor het rioolrecht was vereist dat daadwerkelijk afvalwater werd afgevoerd. Belanghebbende stelde dat in de periode mei tot en met oktober 1999 geen afvalwater werd afgevoerd, hetgeen de Ambtenaar niet aannemelijk maakte. Het Hof kende daarom teruggaaf toe van het rioolrecht over deze periode. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Teruggaaf rioolrecht over mei tot oktober 1999 toegekend, teruggaaf afvalstoffenheffing afgewezen.