ECLI:NL:GHARN:2001:AB1395
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- T.J. Matthijssen
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek fiscale eenheid wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende X BV verzocht om toepassing van artikel 15 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, waarbij de belasting geheven wordt alsof de dochtermaatschappij in de moedermaatschappij is opgegaan vanaf het jaar van het verzoek.
De dochtermaatschappijen waren opgericht op 26 maart 1997, waardoor de termijn voor een tijdig verzoek op 26 juni 1998 verstreek. Het verzoek van belanghebbende, ingediend op 8 juli 1998, werd door de Inspecteur als te laat beschouwd. Belanghebbende stelde dat eerdere correspondentie en antwoorden op vragenformulieren als tijdig verzoek moesten worden gezien, maar het hof verwierp deze stellingen omdat deze niet als een verzoek in de zin van artikel 15 konden Pro worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding aan belanghebbende moet worden toegerekend en dat omstandigheden zoals onderbezetting bij de gemachtigde dit niet rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toepassing van artikel 15 Wet Vpb wegens te late indiening.