ECLI:NL:GHARN:2001:AB1538
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- T.J. Matthijssen
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verlies op vordering rekening-courant in fiscale eenheid
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit een moedermaatschappij en haar 100% dochtervennootschap A BV, had in 1988 een voorziening getroffen ter afwaardering van een rekening-courantvordering op B GmbH, een Duitse vennootschap opgericht door de toenmalige aandeelhouder van belanghebbende.
In 1990 werd deze rekening-courantvordering omgezet in een rentedragende lening en een achtergestelde lening, waarvan een deel werd overgedragen aan natuurlijke personen die aandeelhouder waren in belanghebbende en B GmbH. De Inspecteur stelde dat de werkelijke waarde van de vordering op het moment van omzetting niet lager was dan de nominale waarde, waardoor de eerdere afwaardering ongedaan moest worden gemaakt.
Het Hof oordeelde dat voor de beoordeling van het verlies alleen de feitelijke vordering op het moment van omzetting van belang is, niet de boekhoudkundige verwerking. Belanghebbende kon onvoldoende aannemelijk maken dat de vordering minder waard was dan de nominale waarde. Het tussen partijen gesloten compromis stond niet in de weg aan de Inspecteur om de waarde op 13 maart 1990 te beoordelen.
Daarom werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De grieven tegen de boete werden door belanghebbende ingetrokken. Het Hof wees kostenveroordeling af wegens ontbreken van gronden volgens artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de afwaardering ongedaan moet worden gemaakt omdat de vordering niet minder waard was dan de nominale waarde.