ECLI:NL:GHARN:2001:AB2072
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag vermogensbelasting wegens ontbreken kwade trouw
Belanghebbende en zijn echtgenote wonen te Z; de echtgenote bezit aandelen in een fiscale beleggingsinstelling (BV). De Inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen A werd bevoegd voor de aanslag. Belanghebbende claimde in zijn aangifte vermogensbelasting 1995 ten onrechte de ondernemingsvrijstelling voor het aanmerkelijk belang.
De Inspecteur stelde een navorderingsaanslag vast met boete wegens vermeende kwade trouw. Ter zitting trok de gemachtigde het verweer over bevoegdheid in en de Inspecteur stemde in met het vervallen van de boete wegens onvoldoende motivering.
Het geschil betrof of sprake was van kwade trouw, waarbij de Inspecteur stelde dat belanghebbende bewust onjuiste informatie had verstrekt, onderbouwd met correspondentie. Belanghebbende voerde aan dat het een fout van een medewerker betrof zonder opzet.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor opzettelijk onjuiste informatieverstrekking en vernietigde de navorderingsaanslag. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vermogensbelasting 1995 wordt vernietigd wegens ontbreken van bewijs voor kwade trouw.