ECLI:NL:GHARN:2001:AB2074
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- J.A. Wolt
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng landgoed onder Natuurschoonwet 1928
Belanghebbende, X BV, bracht in 1991 een landgoed in en verzocht om rangschikking onder de Natuurschoonwet 1928, wat gevolgen heeft voor de overdrachtsbelasting. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, die na bezwaar deels werd verminderd. Het geschil betrof de vraag of een deel van het landgoed met onvoldoende houtopstand op het moment van inbreng vrijgesteld was van overdrachtsbelasting op grond van artikel 9a Natuurschoonwet 1928.
Het Hof stelde vast dat de aanvullende beplanting die nodig was om aan de criteria te voldoen niet voldoende was aangeslagen of nog niet twee jaar oud was bij inbreng, zodat dit deel niet gerangschikt kon worden. De wettelijke regeling en het Rangschikkingsbesluit werden als verbindend beschouwd. Vertrouwen op toezeggingen van het Ministerie van Landbouw werd niet aanvaard, en het beroep op gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen gelijke gevallen waren.
Het Hof handhaafde de naheffingsaanslag zoals ambtshalve verminderd en wees het beroep van belanghebbende af. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door mr N.E. Haas, mr J.A. Wolt en mr drs A.M. van Amsterdam op 4 mei 2001.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt afgewezen en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt gehandhaafd zoals ambtshalve verminderd.