ECLI:NL:HR:2003:AF5363
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over overdrachtsbelasting bij landgoederen en verwijst terug
Belanghebbende, een B.V. opgericht in 1991, bracht onder meer de juridische eigendom in van circa 389 hectare onroerende zaken, waarvan een deel als landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 werd aangemerkt. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op die na bezwaar werd verminderd, maar het Hof handhaafde deze aanslag.
De kern van het geschil betrof de vraag of de betrokken percelen ten tijde van de verkrijging als landgoederen konden worden aangemerkt en daarmee vrijgesteld waren van overdrachtsbelasting op grond van artikel 9a van de Natuurschoonwet 1928. Het Hof oordeelde dat de vrijstelling niet van toepassing was omdat de percelen niet voldeden aan de voorwaarden voor rangschikking als landgoed.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de percelen op het moment van verkrijging niet als landgoed konden worden beschouwd, maar dat het Hof ten onrechte het beroep op het vertrouwensbeginsel niet had behandeld en onvoldoende had gemotiveerd waarom de vrijstelling voor kapitaalsbelasting niet ook voor overdrachtsbelasting zou gelden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.