ECLI:NL:GHARN:2001:AB2962
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- mw. mr. De Kroon
- mr. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verliesbeschikking en aftrekbaarheid kosten kantoorruimte in woning
Belanghebbende startte in 1996 een onderneming en maakte daarbij gebruik van een kantoorruimte in zijn woning. Hij bracht kosten van ƒ 16.899 ten laste van de winst, waaronder huisvestingskosten en afschrijving kantoorinventaris. Daarnaast had hij inkomsten uit vroegere arbeid van ƒ 1.019 en een lijfrente-uitkering van ƒ 43.724.
De Inspecteur stelde het verlies vast op ƒ 31.943 en handhaafde dit na bezwaar, later gaf hij aan het verlies ambtshalve te willen vaststellen op ƒ 40.449. Belanghebbende betwistte dat de inkomsten uit vroegere arbeid en lijfrente-uitkeringen meetellen bij de toets of de kosten van de kantoorruimte aftrekbaar zijn.
Het Hof oordeelt dat de lijfrente-uitkeringen als inkomsten uit arbeid moeten worden aangemerkt en dat het gezamenlijk bedrag van winst en inkomsten uit arbeid grotendeels in of vanuit de kantoorruimte moet worden verworven om aftrek mogelijk te maken. Nu de inkomsten uit arbeid hoger zijn dan het verlies uit onderneming, is het aftrekverbod van toepassing. Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak en stelt het verlies vast op ƒ 40.449.
De proceskosten van belanghebbende worden toegewezen en de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het Gerechtshof stelt het verlies over 1996 vast op ƒ 40.449 en bevestigt dat de kosten van kantoorruimte in de woning niet aftrekbaar zijn vanwege de omvang van de inkomsten uit arbeid.