ECLI:NL:GHARN:2001:AD3391
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mr Röben
- mw mr De Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldigheid 16e standaardvoorwaarde fiscale eenheid vennootschapsbelasting
Belanghebbenden, [X-1] Beheer BV en [X-2] BV, voerden beroep aan tegen de uitspraak van de Inspecteur van de Belastingdienst inzake de fiscale eenheid en de toepassing van de 16e standaardvoorwaarde. Deze voorwaarde regelt de heffing en invordering van vennootschapsbelasting bij het verbreken van een fiscale eenheid.
De kern van het geschil betrof de vraag of de 16e standaardvoorwaarde de grenzen van artikel 15, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 overschrijdt en of deze strijdig is met het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Belanghebbenden stelden onder meer dat de besmettingstermijn van zes jaar te lang is en dat de omschrijving van besmette transacties te ruim is.
Het Hof overwoog dat de wetgever de staatssecretaris een ruim kader heeft gegeven voor het stellen van voorwaarden ter verzekering van belastingheffing en invordering. De 16e standaardvoorwaarde heeft tot doel te voorkomen dat stille reserves onbelast ten goede komen aan de moedervennootschap na het verbreken van de fiscale eenheid. Het Hof verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin werd geoordeeld dat de ruime formulering van de voorwaarde niet onredelijk is.
Belanghebbenden konden geen feiten aanvoeren die de onverenigbaarheid van de voorwaarde met de Wet of de fusierichtlijn aannemelijk maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de geldigheid van de 16e standaardvoorwaarde en verklaart het beroep van belanghebbenden ongegrond.