ECLI:NL:GHARN:2001:AD8786
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Steeg
- Van Wijland-Kalkman
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot betreden bosperceel via draaihek na beëindiging gebruiksrecht
In deze zaak staat centraal of geïntimeerde het recht heeft om via een draaihek in de afrastering het achterliggende bosperceel te betreden. Geïntimeerde baseert dit primair op de huurovereenkomst en subsidiair op een toestemming die door appellant sub 2 zou zijn verleend bij aanvang van de huur.
Het hof stelt vast dat geïntimeerde in eerste aanleg uitdrukkelijk heeft erkend dat het gehuurde niet het bosperceel omvat, waardoor deze grondslag van zijn vordering komt te vervallen. Vervolgens beoordeelt het hof de subsidiaire grondslag en oordeelt dat, ook als toestemming is gegeven, deze te allen tijde kan worden opgezegd. Appellant sub 2 heeft de toestemming formeel opgezegd per 5 april 2001.
Tot die datum mocht geïntimeerde het bosperceel via het draaihek betreden, daarna niet meer. Het hof vernietigt het vonnis van de president van de rechtbank Zutphen voor het gedeelte vanaf 5 april 2001 en wijst de vorderingen van geïntimeerde vanaf die datum af. Geïntimeerde wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
De uitspraak bevestigt dat een stilzwijgende toestemming kan bestaan, maar dat deze zonder bijzondere beperkingen kan worden beëindigd, mits tijdig en duidelijk gecommuniceerd.
Uitkomst: Geïntimeerde mocht het bosperceel via het draaihek betreden tot 5 april 2001; daarna is dit gebruiksrecht rechtsgeldig beëindigd.