ECLI:NL:GHARN:2002:AE4764
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- J.P.M. Kooijmans
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na correctie fictief rendement buitenlandse beleggingsinstelling
De zaak betreft een beroepsprocedure van de erven van wijlen Y tegen de Inspecteur van de Belastingdienst inzake een aanslag inkomstenbelasting over 1995. De Inspecteur had een correctie toegepast op het fictief rendement van aandelen in de buitenlandse beleggingsinstelling A NV, waarbij de winst uit de vrijval van pensioenverplichtingen werd meegerekend.
Belanghebbenden voerden aan dat deze correctie onterecht was omdat zij hadden aangetoond dat het voordeel dat ter beschikking had kunnen worden gesteld nihil was. De Inspecteur stelde dat het tegenbewijs niet was geleverd en dat de winst uit de vrijval van pensioenverplichtingen als voordeel moest worden beschouwd.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door ook de winst uit de vrijval van pensioenverplichtingen mee te rekenen als opbrengst van de bezittingen. Volgens het Hof behoren schulden niet tot de bezittingen en kan de winst uit de vrijval van pensioenverplichtingen niet als zodanig worden meegeteld.
Daarom werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 227.936. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbenden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting is verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 227.936 wegens onjuiste toepassing van artikel 29a, vijfde lid, Wet IB 1964.