ECLI:NL:GHARN:2002:AE4953
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens niet-toepassing spaarloonregeling bij directeur-enig aandeelhouder
Belanghebbende, een BV, had in 1997 een spaarloonregeling getroffen voor haar directeur, tevens enig aandeelhouder. Na een boekenonderzoek legde de Inspecteur een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen op, omdat volgens artikel 23 Uitvoeringsregeling Pro Werknemersspaarregelingen de regeling niet van toepassing is bij slechts één werknemer, zoals in deze situatie.
De correctie werd uit efficiencyoverwegingen in de loonbelasting aangebracht in plaats van in de inkomstenbelasting. Partijen waren het eens over de juistheid van de correctie, maar belanghebbende stelde dat de naheffing alleen mogelijk was indien ook in de inkomstenbelasting navordering mogelijk was. Het Hof oordeelde dat er geen sprake was van het ontbreken van een nieuw feit dat navordering in de inkomstenbelasting zou verhinderen, zodat de naheffing in de loonbelasting terecht was opgelegd.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Het Hof zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. De mondelinge uitspraak werd gedaan op 6 juni 2002 door raadsheer Van Amsterdam.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting 1997 en verklaart het beroep ongegrond.