ECLI:NL:GHARN:2002:AE5560
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ondanks invorderingsvrijstelling
Het Gerechtshof Arnhem heeft op 17 juni 2002 uitspraak gedaan over het beroep van belanghebbende tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 1999. De kern van het geschil betrof de uitleg en toepassing van de invorderingsvrijstelling zoals opgenomen in artikel 65 van Pro de Wet Inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende stelde dat de invorderingsvrijstelling de verschuldigde belasting zou beïnvloeden, wat volgens haar tot een nihil-aanslag had moeten leiden. Het hof verwierp deze stelling en stelde vast dat de invorderingsvrijstelling pas na het opleggen van de aanslag aan de orde komt en een gedeeltelijke vrijstelling betreft, geen vaststelling van de belasting.
Daarnaast voerde belanghebbende aan dat de invorderingsvrijstelling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel omdat belastingplichtigen met vergelijkbaar inkomen verschillend worden behandeld op basis van de inhouding van loonbelasting. Het hof oordeelde dat er sprake is van ongelijke gevallen en dat de wetgeving niet leidt tot een verboden ongelijke behandeling.
Het hof concludeerde dat de aanslag terecht is opgelegd en de invorderingsvrijstelling correct is toegepast, waardoor een restant van ƒ 282,- exclusief heffingsrente resteert. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en verklaart het beroep ongegrond.