ECLI:NL:GHARN:2002:AE7157
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- mw. mr. De Kroon
- prof. dr. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij verdeling onroerend goed na echtscheiding van samenwoners
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting na de verdeling van een onroerend goed dat zij samen met haar partner en een derde had verkregen. De Inspecteur stelde dat de vrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel g, WBR alleen geldt indien samenwoners direct bij de eerste gezamenlijke verkrijging het gehele pand in de juiste verhouding verkrijgen.
Belanghebbende betoogde dat opeenvolgende gezamenlijke verkrijgingen in dezelfde verhouding ook onder de vrijstelling vallen. Het Hof stelde vast dat belanghebbende en haar partner het pand aanvankelijk samen met een derde hadden verkregen en later het aandeel van die derde hadden gekocht, waarna het pand werd verdeeld na hun echtscheiding.
Het Hof oordeelde dat de wetsgeschiedenis en strekking van de vrijstelling erop wijzen dat de regeling ook geldt voor opeenvolgende gezamenlijke verkrijgingen, mits het uiteindelijke eigendomsrecht in de juiste verhouding is ontstaan. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en de naheffingsaanslag werd vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is vernietigd en de vrijstelling toegepast op de verdeling van het pand.