ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6986
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat belanghebbende geen onderneming drijft voor inkomstenbelasting 1995
Belanghebbende was tot eind 1994 in dienstbetrekking bij een organisatie en ontving een eenmalige uitkering bij beëindiging van haar dienstverband. Vanaf 1995 verrichtte zij werkzaamheden op basis van een contract voor één opdrachtgever, waarbij zij gebruik kon maken van secretariële ondersteuning en een vast honorarium ontving.
De Inspecteur stelde dat belanghebbende geen onderneming dreef en paste het bijzondere tarief toe op een deel van het inkomen. Belanghebbende stelde dat zij wel een onderneming dreef en dat het tabeltarief moest worden toegepast. Het Hof onderzocht de feiten, waaronder het aantal opdrachtgevers, de contractuele afspraken, de aard van de werkzaamheden en het ondernemersrisico.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende nagenoeg uitsluitend voor één opdrachtgever werkte, geen ondernemersrisico liep en haar werkzaamheden feitelijk niet als zelfstandige onderneming kon worden aangemerkt. Hierdoor kwalificeerde zij niet als ondernemer in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het beroep van belanghebbende werd afgewezen en de bestreden uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat belanghebbende geen onderneming drijft en wijst het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting af.