ECLI:NL:GHARN:2002:AE8901
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mr. Bijl
- mr. Sanders
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetbelastingtarief op parkeergelden bij recreatieplassen
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere vennootschappen, exploiteert natuurterreinen met recreatieplassen waar parkeergelden worden geheven. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op tegen het algemene tarief van 17,5%, terwijl belanghebbende het verlaagde tarief van 6% hanteerde.
Het geschil betrof de vraag of de parkeergelden konden worden belast tegen het verlaagde tarief voor diensten van exploitanten van bad- en zweminrichtingen, zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de bijbehorende tabel I. Het hof oordeelde dat het gelegenheid bieden tot parkeren niet traditioneel tot het dienstenpakket van een exploitant van bad- en zweminrichtingen behoort en dat het parkeren in dit geval losstaat van het gelegenheid geven tot baden.
Gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie werd onderzocht of sprake was van één economische dienst, maar dit werd ontkend omdat het parkeren voor het merendeel van de bezoekers geen middel is om te zwemmen, maar een doel op zich. Daarom moet het parkeren afzonderlijk worden belast tegen het algemene tarief.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting tegen het algemene tarief van 17,5% wordt bevestigd.