ECLI:NL:GHARN:2002:AE8938
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboeten bij te late belastingaangiften voor verschillende belastingen
Belanghebbende diende zijn gecombineerde B-biljet voor de inkomstenbelasting, vermogensbelasting en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering één dag te laat in. De Inspecteur legde daarop drie afzonderlijke verzuimboeten op van elk ƒ250,-, gebaseerd op artikel 67a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 (BBBB).
Het hof oordeelde dat hoewel de Inspecteur bevoegd is om voor elke belasting afzonderlijk een boete op te leggen, een redelijke toepassing van het BBBB vereist dat de boetes voor de inkomstenbelasting en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering, gezien de overeenkomsten in heffingsgrondslagen, samen niet meer dan ƒ250,- mogen bedragen. Daarom matigde het hof deze twee boetes tot elk ƒ125,-. De boete voor de vermogensbelasting, die een aparte heffingsgrondslag kent, werd in stand gelaten.
Het hof wees verder een kostenveroordeling af wegens het ontbreken van gronden daarvoor. De uitspraak werd mondeling gedaan en bevestigd, met de mogelijkheid voor partijen om binnen vier weken een schriftelijke vervangende uitspraak te verzoeken, zonder heroverweging van het oordeel.
Uitkomst: De boetes voor inkomstenbelasting en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering werden gematigd tot elk ƒ125,-, de boete voor vermogensbelasting bleef ongewijzigd.