ECLI:NL:GHARN:2002:AE9919
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeling in tariefgroep 2 wegens gezamenlijke huishouding met broer
Belanghebbende woonde in 1999 samen met haar minderjarige dochter en haar broer in één woning. Zij verzocht om indeling in tariefgroep 4 voor de inkomstenbelasting 1999, bedoeld voor alleenstaande ouders die een huishouden voeren met hun kind(eren).
De Inspecteur stelde echter vast dat zij ook met haar broer een gezamenlijke huishouding voerde, waarbij zij kosten zoals huur, gas, water, elektra en voeding deelde zonder commerciële overeenkomst. Hierdoor voldeed zij niet aan de voorwaarden voor tariefgroep 4.
Het Gerechtshof oordeelde dat sprake was van een gezamenlijke huishouding met meer dan alleen haar kind, waardoor de Inspecteur terecht belanghebbende in tariefgroep 2 had ingedeeld. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen sprake was van een bewuste standpuntbepaling van de Inspecteur.
Het hof wees een kostenveroordeling af en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatie mogelijk.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de indeling van belanghebbende in tariefgroep 2 wegens gezamenlijke huishouding met haar broer.