ECLI:NL:GHARN:2002:AF1102
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over eigen woningstatus recreatiewoning en verhuurbemiddeling
Belanghebbende is eigenaar van een recreatiewoning in een villapark en sloot een verhuurbemiddelingsovereenkomst met een beheermaatschappij voor het jaar 1998. De vraag was of de woning als eigen woning in de zin van artikel 42a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 kan worden aangemerkt, ondanks dat de woning via verhuurbemiddeling aan derden werd verhuurd.
Het hof oordeelt dat de woning gedurende de niet-verhuurde weken aan belanghebbende ter beschikking stond, omdat hij zelf ook daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de woning, onder meer voor onderhoud en vergaderingen. De verhuurbemiddelingsovereenkomst houdt niet in dat belanghebbende de woning uitsluitend als huurder gebruikte of dat eigen gebruik was uitgesloten.
De Inspecteur stelde dat de woning circa 12 weken aan derden was verhuurd, waardoor de woning gedurende ongeveer 40 weken als eigen woning ter beschikking stond. Het hof bevestigt dat de woning als eigen woning moet worden aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond. De hoogte van de afschrijvingen behoeft geen verdere behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen de mondelinge uitspraak is geen cassatieberoep mogelijk, alleen tegen een schriftelijke uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de recreatiewoning wordt als eigen woning aangemerkt.